Pagina's

vrijdag 30 december 2011

Calvin en Hobbes: de beste cartoon aller tijden!

Alweer meer dan tien jaar geleden stopte Bill Watterson na vijftien jaar met zijn prachtige serie "Calvin & Hobbes"; hij beleefde er geen plezier meer aan en besloot wat anders te gaan doen. Deels enorm zonde, maar hij laat wel een prachtig oeuvre na. Dat scheelt dan wel.
De eerste cartoons waren simpel in opbouw: eigenwijze driftkop Calvin beleeft allerlei avonturen met zijn tijger Hobbes die alleen tot leven komt in de fantasie van Calvin zelf...
In de loop van de jaren verrijkte Wattersons tekenstijl, werden de thema's af en toe breder (en geregeld triest en ontroerend) en Calvins fantasiewereld af en toe erg bizar!
Het merendeel van de strips bestaat uit dialogen tussen Calvin en Hobbes; tijdens ziedende afdelingen op de slee zijn het meestal filosofische discussies, wedstrijdjes tussen de twee ontaarden meestal in ruzie over de regels. 
Eén van de leukste running gags is Calvin's provocerende en gruwelijke 'snow art'; zodra er een goeie laag sneeuw verrijzen er in de voortuin van de familie allerlei tableaus, geregeld tot ergernis en schrik van zijn ouders...




En speciaal eentje voor oud en nieuw:


PS: Ik zag een dag later pas dat in de vorige versie de afbeelding niet dóórkwamen, hopelijk deze wél! 




vrijdag 9 december 2011

Een nieuw licht op oude helden

Als je zo'n 35 jaar naar Beatles-platen luistert zijn er heel wat nummers die in je hoofd gekerft lijken. Het sterkst heb ik dat met Penny Lane en Strawberry Fields Forever, maar liedjes als Hello Goodbye en Get Back blijven niet ver achter.

Het resultaat is dat ik eigenlijk niet zoveel naar de Beatles luister, soms even tussendoor, maar inmiddels weet ik waar de staande bas opduikt in Penny Lane en waar de twee versies van Strawberry Fields aan elkaar zijn geplakt door George Martin. En waar John "Fucking Hell!" roept in Hey Jude..
Een manier om daar vanaf te komen zijn de talloze Youtube-filmpjes waarin Beatles-enthousiastelingen zelf de instrument oppakken om wat op tracks mee te spelen. Ineens hoor je in opgefriste kwaliteit gitaar- en baslijnen die in de overbezette mix (vaak nog in mono ook) wat verborgen bleven.
Het moet dan wel goed gebeuren natuurlijk!
Met een Hofner-bas Pauls baslijn op "Rain" naspelen terwijl het origineel toch echt op een Rickenbacker bas is gespeeld is natuurlijk kolder en gekkigheid!
Vooral Youtuber en Beatles-enthousiasteling "mjsokes" heeft een aardige collectie instrumentale reconstructies waarin hij in de 'partituren' duikt, met heel leuke resultaten!
Hier zijn versie van het gitaarduet tussen Harrison en Lennon op "And Your Bird Can Sing"

En een heel aardige re-instrumentatie van "Drive My Car", met 20% meer koeiebel (altijd goed!)

woensdag 7 december 2011

Waarom ik me vanochtend druk maakte...

Soms is het beter om 's ochtends géén nieuws te lezen...om vóór half acht al met verhoogde hartslag en kloppend hoofd (maar dat was de grieperigheid...) de dag te starten
Toch valt de isoleercel nooit helemaal uit te bannen, stelt [Marleen] Barth, [voorzitter van GGZ Nederland]. 'Sommige patiënten zijn zo agressief dat ze elke dag verpleegkundigen in elkaar slaan. Voor hun blijft het nodig. Ook draaien patiënten tijdens een crisis soms zo door dat het voor hen beter is apart te worden gezet.'
Dus niet één verpleegkundige een klap geven, of in elkaar slaan, maar meerdere collega's mininaal twee dagen achter elkaar in elkaar meppen. Dan mag je pas ingrijpen. Tenminste zo klinkt het...
Ik vermoed (en hoop) dan mevrouw Barth het niet zo bedoeld, maar ongelukkig klinkt het wel.

Er is momenteel veel aan de hand in GGZ-Nederland qua bezuinigingen.
De GGZ als werkgever wordt steeds wat onaantrekkelijker en er zijn veel te weinig nieuw afgestudeerde psychiatrisch verpleegkundigen.
En in nieuwsberichten als deze lees je dan ook nog dat jij, als je pecht hebt, blootstaat aan mensen die je dagelijks in elkaar slaan. Gisteren ook al en misschien morgen ook.
Ik breek geen lans voor het meer gebruiken van isoleercellen waar het niet nodig is, maar het lijkt me goed om even op te komen voor mijn vakbroeders en -zusters die sowieso geregeld worden geconfronteerd met fysiek en verbaal geweld. En dat tegen een behoorlijk karig loon en met een lage bezetting.

Link naar het hele artikel

zondag 27 november 2011

De eenzame klasse van Kate Bush

Er zijn niet veel "originele" artiesten die én hun eigen gang gaan én 'in de markt' blijven. Peter Gabriel was een tijdlang zo'n artiest van wie je rijkhalzend uitkeek naar de nieuwe plaat, net als Prince en Talk Talk. Artiesten die op hun eigen voorwaarden platen maken en hun eigen verhalen vertellen.

Kate Bush is in dezer tijden de meest consistente artiest wat dat betreft. Kwalitatief gesproken dan; ze is na haar album "The Red Shoes" eerst nog 'ns 12 jaar van de radar verdwenen.
Typerend voor deze tijden waren er meteen geruchten over haar 'kluizenaarschap'. De redenen waren veel 'aardser'; ze wilde haar zoon Albert ('Bertie') op zien groeien en er kwam gewoon een tijd geen nieuw materiaal.
Haar beste album tot dan toe was "Hounds of Love", een groots geluid (vooral van de hitsingles 'Cloudbusting' en 'Running Up That Hill').
Mijn favoriete track is het spookachtige en onheilspellende 'Watching You Without Me'.


Het album Aerial uit 2005 werd bijna schouderophalend ontvangen; mooie orkestraties en prachtige zang, maar geen 'hitsingles' (voor wat dat waard is) en eerlijkgezegd heeft het voor mij een een tijd geduurd voor ik het album echt 'te pakken' kreeg of eigenlijk, meer andersom.
Het is één van de 'rijkste' albums die ik ken, van jazzy bas-solootjes, muziek die overgevlogen lijkt uit de Barok-tijd ('Bertie') en flamenco-klanken worden afgewisseld met merels en een achtergrondkoortje die het getal Pi zingen... Een vijf-gangen-menu van een plaat!


En na een het uitbrengen van het herbewerkings-album 'Director's Cut' dit jaar is er bijna onverwacht het winter-album '50 Words For Snow'.
De pijlers zijn vier  trage piano-ballads, de me doen denken aan de mooi opgenomen jazz-platen van het ECM-label. Er is veel ruimte voor stiltes en wat kleine toevoegingen van meesterdrummer Steve Gadd en bas-maestro Danny Thompson.
De single van de plaat is het sfeervolle 'Wild Man'.
Het patroon wordt duidelijk: Kate Bush maakt geen albums voor haar publiek; ze lokt haar publiek haar rijke wereld in, dit keer over 50 woorden voor sneeuw, de Yeti en sex met een sneeuwman...net als andere grote artiesten zijn er geen grenzen over wat deze dame bedenkt!
Er zijn geruchten over een tournee (ze heeft haar eerste en enige tour halverwege afgekapt in 1979) en er schijnen zelfs weer halve plannen te zijn voor een nieuw album!

(PS: ik was vanochtend aan deze blog begonnen en net zag ik dat er een documentaire over Kate Bush voor was met fans van diverse pluimage, leeftijd en achtergrond. Er zijn nogal wat fans die Kate bijna Mystieke talenten toedichten...terwijl ze zelf in interviews overkomt als een behoorlijk down to earth type die wel moet lachen om alle tekstverklaringen van haar songs..)

zaterdag 19 november 2011

Het debuut

Waarin een onbetekenend combo de minst beluisterde plaat aller tijden opneemt

Niet veel mensen kennen "Helltown" nog. De oprichters zélf al haast niet meer.
Hun eerste elpee "Welcome to..." werd regionaal aardig verkocht, maar omdat de regio noord-west-Brabant zeker in de jaren '60 dunbevolkt en armlastig was waren vierhonderd exemplaren het maximaal haalbare. Men was daar meer van gezellige accordeon-muziek en carnavals-stampers. Eigenlijk nog steeds wel.

Driehonderd elpees werden verkocht in de drie platenzaken die Roosendaal rijk was.
Vijftig gingen er naar familie en vrienden en de laatste vijftig werden een jaar later uitgereikt als troostprijs tijdens een voetbaltoernooi van voetbalvereniging de Kogelvangers, die traditioneel met dubbele cijfers wonnen van V.V. Oudemolen. Ook nu weer: 12-2.

"Welcome to..." was (naar horen zeggen) geen slecht album; vier covers van Chuck Berry-songs, twee eigen composities (van Piet Lokers en Bram Moerland) die deden denken aan de Yardbirds, en wat Stones- en Beatles-covers.
Dries Patijn (later bekend als André Moss) blies mee op de alt-sax.
Vlnr. Bram Moerland (bas), Piet Lokers (zang, harmonica,zingt hier een bespreking uit de Muziek Express), Ferry Verhagen (gitaar) en Ben Knepper (drums)

Het is lastig de opname-data op te sporen, waarschijnlijk begonnen de eerste sessies in februari '65 in de "Muziekstudio de Witte" in Roosendaal; gedurende twee dagen werd kant één opgenomen. Het bleef een tijd een raadsel waarom dat per sé zo moest; alle nummers 'op volgorde' op band zetten.

Later werd duidelijk dat nogal bijgelovige drummer Ben Knepper van mening was dat dat de enige manier was om een elpee te maken en was hierin zo overtuigend dat producer Henk de Witte er weinig heil in zag om deze robuuste Brabander tegen te spreken.
Overigens waren het zware sessies voor Ben; gewend geraakt aan een drumstel die voor de helft uit kartonnen dozen bestond had hij de grootste moeite met de fraaie geleende Ludwig-set.
De sessies voor kant twee duurden drie dagen; de band was praktisch al door het repertoire heen en de twee Lokers-Moerland-composities werden tussen de sessies door snel geschreven en geoefend.

De LP is nu onvindbaar. Het verhaal wil dat de vijftig exemplaren die naar V.V. Oudemolen waren gesluisd onverklaarbaar opdoken als achtereenvolgens derde prijs in het zaalvoetbaltoernooi in Klundert in 1968 en als troostprijs in een regionaal damtoernooi een half jaar later.

Gelukkig ging Helltown ook verder, ware het twee jaar, een naamsverandering en personeelswisselingen later. Bram zou een jaar later de mastertapes ritueel verbranden, of dat een artistiek statement was of een kwestie van een verkeerde mix van  Geestverruimende Middelen werd pas jaren later duidelijk.

Piet Lokers later of dit nu legendarische album: "We waren zo rond de twintig in die tijd, dus we dachten bijna nergens echt goed over na. Misschien hadden we wel de hoop op een wereldhit met die eerste plaat, maar eigenlijk kwam die opnamesessie veel te vroeg. Lokers had ineens een bak met geld en we konden ineens de opnamestudio in en hadden zelfs geld over om André Moss méé te laten blazen.
Pas een jaar later waren we echte de band die we moesten zijn, maar dat was een paar honderd optredens later."

Volgende keer; de overgang naar de acid-rock en meer over de 'duistere jaren' van deze band en de lange zoektocht naar een goeie bandnaam tot een pot pindakaas uitkomst biedt!

vrijdag 4 november 2011

De Beste Gitaristen Ter Wereld: Deel 2: George Harrison

De Vergeten Gitarist, tenminste; in mijn muziekarchieven was hij ondergesneeuwd door snellere, meer virtuoze gitaristen en zelfs binnen de Beatles vond ik hem zelfs een tijdje niet eens de beste gitarist!
McCartney speelde de vlammende solo in Taxman, John deed de solootjes in Get Back.

Maar, gelukkig al vóór de terechte herwaardering via de mooie film "Living In the Material World" begon ik van gedachten te veranderen.
Dan heb ik het niet uit de goed-ingestudeerde solootjes van de eerste paar platen; de jongen die op z'n kamer Chuck Berry-loopjes ontleedde, maar de meer zelfverzekerde rocker. Hier horen we hem met de swingende backing van Ringo en het vervlochten gitaar-en-baswerk van John en Paul.
De Indiaanse muziekjes op Revolver en Sgt. Peppers waren niet zo aan mij besteed en werden (en zijn nog steeds) vaste skip-tracks. Pas ten tijde van de Witte Dubbelaar dook George weer op in meer Westerse klanken; hij zag inmiddels in dat hij vijftien jaar te laat op de sitar was begonnen en pakte z'n Gibson weer op. En na het Oosterse zoekwerk begon hij z'n twee ervaren vakbroeders te evenaren met twee evergreens op Abbey Road: Here Comes The Sun (gecomponeerd in de achtertuin bij de opgaande zon in gezelschap van maatje Eric Clapton):
En zijn Beatles-hoogtepunt (voor het eerst op single op de A-kant); het magistrale Something en maar weinig gitaristen is het gegeven zo'n mooie solo te spelen!

maandag 17 oktober 2011

De Beste Gitaristen Ter Wereld: Deel 1: Leo Kottke

Ik had al eens eerder zo'n serie op Hyves, waaruit bleek dat dat niet echt het beste medium is voor meer tekst en uitleg...

Leo Kottke is inmiddels alweer 65. Zijn opkomst viel samen met het verbreden van de Folk- en Countrymuziek aan het van de jaren '60 begin jaren '70 van de vorige eeuw. Z'n eerste platen zijn dan ook met backing band en is hij zingend te horen. Over z'n eigen stem is hij niet enorm lovend: "Like geese farting on a muggy day", is de laconieke omschrijving.

Kottke heeft een laconieke stijl; z'n optredens zitten vol met erg grappige anekdotes over z'n familie en zijn belevenissen in de muziekbusiness. Het is geen gitarist die uitzinnige podiumkunsten vertoont, maar z'n vingers en handen het werk laat doen.
Hij doet me denken aan andere folk- en country-gitaristen als Chet Atkins en Doc Watson; het slag dat elkaar wel een leuke solo gunt en veel meer echt samen speelt dan de jazz-jongens die elkaar proberen op snelheid af te troeven (verderop in de serie; elkaar aftroevende jazz-jongens!).
Eerst maar 'ns een ontspannen deuntje in de kleedkamer van Leo met zijn Voorbeelden. Dit is een clip uit een DVD van Kottke zelf en exemplarisch; hij is hier vooral zijn collega's aan het begeleiden!

zaterdag 8 oktober 2011

Mark Hollis

Tijd doet iets raars met muziek. 
Achteraf is het soms eigenlijk helemaal niet zo goed als je dacht net na aanschaf.
Ik heb platen in de eerste weken na aanschaf grijsgedraaid en daarna nooit meer.
Opvallend vaak met Sting-albums, maar dit terzijde.
In 'het groot' is het niet anders. Er waren ooit veel fans van Four Non Blondes, om maar eens wat te noemen. 
En sommige artiesten waren en zijn enorm goed, maar belanden bij de verkeerde platenmaatschappij die hun werk niet waardeert. En worden dus niet verkocht.


Eind jaren '80 was Talk Talk volledig op een zijspoor geraakt na de artistieke triomf, maar commerciële flop "Spirit of Eden". Geen hitsingles of dansbare beats.
Weggebonjourd bij EMI tekenden ze een contract voor twee albums bij Polydor. De eerste werd "Laughing Stock", alweer een prachtig album, maar ook deze belandde in eerste instantie in de 'te verwaarlozen' catagorie.
Net als "Spirit of Eden" was de muziek nauwelijks in een hokje te plaatsen, het geluid op Laughing Stock is wat ruwer en donkerder; er is meer 'rock' aanwezig.


Het tweede album voor Polydor werd een soloproject van Mark Hollis. Inmiddels was de link met rock of pop helemaal weg; Hollis nam de kans om zowel in de arrangementen als in het instrumentarium iets te bedenken dat het midden hield tussen ballades en kamermuziek. Deels was er de kern van gitaren (Dominic Miller, Robbie McIntosh), bas (Chris Laurence), drums (Mark Ditcham) en toetsen (Lawrence Pendrous), maar ook een volledige houtblazerssectie met klarinet, fluit, Engelse hoorn en twee fagotten.
En de bekende naam van de geniale harmonicaspeler Mark Feltham dook weer op.
Het bijzondere van dit album is het directe geluid ervan; er werden twee microfoons neergezet en de instrumenten werden 'in de ruimte' opgenomen; de drums wat naar achteren, spelers schoven soms van links naar rechts.
In de openingstrack "The Colour of Spring" wordt meteen de toon gezet...de eerste twintig seconden is het stil, zoals stilte al een grote rol speelde op de laatse Talk Talk-albums...
Forget our fate
The pedlar sings
Set up to sell my soul
I've lived a life for wealth to bring

And yet I'll gaze
The colour of spring
Immerse in that one moment
Left in love with everything

Soar the bridges
That I burnt before
One song among us all

Een plaat als "Spirit of Eden" klinkt alsof het in een kathedraal  is opgenomen, deze plaat klinkt bijna alsof de musici bij je in de huiskamer plaatsnemen. De thema's zijn donker zo gaat A Life (1895-1915) over de jonge dichter Roland Leighton die omkomt in de Eerste Wereldoorlog. Sommige songs hangen zo los aan elkaar dat de samenhang af en toe bijna wegvalt.

Na het uitbrengen van dit album en na wat hand- en spandiensten voor anderen is Mark Hollis gestopt met het maken van muziek.  Als je de twee laatste albums van Talk Talk en zijn solo-album kent is het een triest, maar bijna logisch vervolg. Vermoedelijk was het de combinatie van slechte ervaringen met 'de industrie' en het feit dat Mark Hollis zijn verhaal heeft verteld.
Zijn laatste 'publieke' actie was het in ontvangst nemen van een prijs voor "It's My Life" in 2004...
Een beetje een ongemakkelijke foto; ik krijg de indruk dat Mark net uit z'n Vauxhall Astra is gestapt, snel op verzoek even poseert en na het uitwisselen van wat beleefdheden na vier minuten alweer op weg naar huis is....

Het eigenaardige is dat de 'roep' om een come-back te maken steeds luider wordt. 
Getuige bijvoorbeeld dit artikel op de Guardian-blog.
Volgend jaar verschijnt er een tribute-album en de invloed van Talk Talk/Mark Hollis blijft aanwezig. 
Ik zelf denk dat de kans op terugkeer klein is; de muziekindustrie is nog net zo cynisch als vijftien jaar geleden en de verwachtingen zijn waarschijnlijk te hoog gespannen!

Dus voorlopig maar blijven genieten van die paar prachtige albums en dit fraaie, bijna vergeten, meesterwerk!

woensdag 21 september 2011

De Klassiekers

Ik ben pas later in mijn platenkoop-loopbaan de klassiekers gaan waarderen. En zelfs in deze categorie is het enorm zoeken en grasduinen. In de loop van de tijd zijn er wel wat soorten afgevallen...

1. Opera en Operette. Ik heb moeite met de zang. Ik kan wel horen dat er mooie melodieën worden gezongen (Mozart!), maar voor mij is het een soort vocale calligrafie waarin de vorm mij afleidt van de inhoud. Ik heb bewondering voor de prestaties van de sopranen, alten, tenoren en baritons, maar ik hoor liever een Aretha Franklin. Overigens heeft zij een keer de krachttoer geleverd door Nessun Dorma te zingen in Pavarotti's toonsoort toen laatstgenoemde zich ziek had gemeld...
2.Al te gladgestreken uitvoeringen. Vooral in de jaren '70 en '80 leek "Klassiek" vooral in het teken te staan van 'perfectie'. Voorbeeld daarvan is Von Karajan; vooral zijn albums klinken (vind ik) wat vlak, juist doordat het een briljant orkest is en Herbert zelf een zoekende was naar het perfecte geluid.
3. Al te romantisch werk. Mooifluiterij. Da's Glenn Gould's schuld! Al vrij vroeg in m'n 'klassieke' zoektocht stuitte ik op zijn versie Bach's Goldberg-variaties en was meteen (en ben nog steeds) dol op de heldere, directe toon van zijn spel. Later kwam ik erachter dat vooral zijn intepretaties van Mozart en Beethoven omstreden waren. Maar ik vind dat hij de melodie meer tot recht laat komen dan de Wibi Soerjadi's op deze wereld. Een goed voorbeeld vind ik het tweede deel van de Pathetique-sonate die geregeld te 'emotievol' wordt gespeeld.

3. De clavecimbel. Normaal gesproken ben ik dol op 'originele instrumenten', maar dit meubelstuk klinkt alsof iemand een bestekbak leeggooit in een openstaande Steinway.

Gelukkig blijft er dan nog heel veel over!
Ik ben vooral dol op kleinere ensembles die niet bang zijn de zaak wat ongepolijster aan te pakken. Het beste voorbeeld is de Italiaanse club Il Giardino Armonico die kamermuziek wat ruiger aan durft te pakken. Dus haalden ze Vivaldi's vier jaargetijden uit de 'koekblikkenromantiek'-hoek en laten ze hier horen dat zijn "Winter" ook echt koud en ijzig kan klinken!

maandag 12 september 2011

"Ja hallo, ben ik in de uitzending?...."

Ik ben een fan van de radio en meestal probeer ik de zwaarte van de huishoudelijke klussen te verlichten door even Radio 1 aan te zetten.
Tussen de middag is er dan zo'n gezellige "stelling"-phone-in. Een deskundige poneert en verdedigt een stelling en iedereen die via een medium (twitter, mail, bellen) contact wil maken kan dat doen.
"Stand.nl" heet dat en ik vermoed dat die naam alleen al twee dagen brainstormen in de Doornse bossen heeft gekost.

Ik hoop niet dat dat 'De Gemiddelde Nederlander' degene is die elke keer weer in verbinding weet te komen met de studio. Zelden hoor ik rabiater rechts-radicalen dan tijdens dit uur. Wilders zit ongetwijfeld aan het toestel gekluisterd; vijf zwatelige opinies later heeft hij weer een halve speech.

Niet zelden worden argumenten kracht bijgezet met fraaie dooddoeners, zoals: "....want ik weet niet of u de oorlog nog heeft meegemaakt, maar...".

Zelfs de meest ingewikkelde materie wordt zo in makkelijke brokken en simpele stellingen verwerkt door de programmamakers en de bellers (volgens mij vaak dezelfde: van die Woedende Zestigers die uit puur venijn hun auto op de vluchtstrook prakken om naar de studio te bellen).
Grappig wordt het als een stelling een ontkenning bevat; ("PGB-bezuiniging levert géén geld op") de gemiddelde beller raakt van de wijs en moet na het gesprek vast even gaan liggen.

Vandaag stelde iemand voor in het kader van de Twin-Towers-herdenking een atoombom op Mekka los te laten. De presentator protesteerde zwakjes.
Toen heb ik zelf maar even die beller uitgescholden, iemand moet het doen.

zondag 4 september 2011

Geluidgeheugen deel 2: de gierzwaluw

Mijn voorliefde voor dit vogeltje moet begonnen zijn in Blokzijl, op de stille en wat lome zomeravonden. Je hoort 'm pas als het rustiger wordt en het hoge getjirp en gepiep niet wordt overstemd door auto's of andere herrie.
Het hoort ook bij oude binnensteden; de rommelige bouw maakt het mogelijk om nesten te bouwen onder dakgoten en dus hoor je dit geluid niet in vinexwijken....

maandag 29 augustus 2011

Duistere jaren: de '80s!

Eind jaren '70 wist ik nog van niks. Ik kreeg wel wat mee van treinkapingen en gijzeldrama's, maar als vijfde- of zesklasser hoefde je daar niet zoveel mee.
Het doen van de Grote Boodschappen werd wat leuker door het ontdekken van de platenafdeling van de V&D, dus zelfs die gebeurtenis kreeg een leuk randje.
Met één journaal per dag kreeg je een overzichtelijke portie nieuws. Twee netten en een lekker overzichtelijke verdeling tussen links en rechts. Iets met Wiegel en Den Uyl.
Mijn ouders lazen de Telegraaf. Hoewel: naast de tv-pagina's vond ik er weinig interessants aan. Snel het Hagar-stripje (niet eens echt grappig) en dan weer snel door naar de Eppo. Ik was in die periode best rechts, achteraf gezien. Maar goed dat ik geen stemrecht had!

Het is raar om me dat nu voor te stellen, maar zoiets als een atoomoorlog was in die tijd iets dat vroeg of laat móest uitbreken. Volgens mij dan. Er werd geregeld gemeld wie er voorliep in de wapenwedloop en welke raketten waarop gericht waren.
Mijn vader had me 'ns rondgeleid in de atoombunker van de Volkeraksluizen. Een ondergronds stelsel van kamers en gangen, wat fietsen om de stroom op te wekken, wat douches om na binnenkomst de ergste straling af te spoelen en veel blikken drinkwater.
Ik dacht een tijdje dat dat wel een fijne personeel-service van Rijkswaterstaat was, maar het was natuurlijk de bedoeling dat als er een kernbom op Fijnaart was gedropt (bijvoorbeeld op het huis van meneer Winkelhof, leraar Wiskunde. Ik noem maar iemand.) de noeste sluiswachters met stralende gezichten (en de rest ook) de binnenvaart bleven bedienen.
Dus ondanks de fall-out en het loeien van de sirenes moest er gespuid en geschut worden... De suikerbieten en het grind kwamen niet vanzélf de Moerdijk binnengerold.

Het paste wel in het straatje van m'n invallende puberteit; een gevoel van doom om maar niet te spreken van Weltschmerz. Het was een perfecte tijd voor dat soort sentiment, de muziek van die tijd weerspiegelt dat; punk en new wave en vooral veel synth-geluiden. Gek genoeg vind ik nu de muziek uit die jaren eigenlijk opvallend vitaal en melodisch, maar ja, dat is dan het voortschrijdend inzicht.
Een voorbeeldje van een typerend geluid uit '81:


Quizvraag: zou zo'n plaat heden ten dage een top-tien hit kunnen worden?

maandag 22 augustus 2011

Grote Boodschappen

Zo'n beetje elke twee weken was het Grote Boodschappen geblazen.
Voor een halfje tarwe of een krop sla konden we de speeltuin oversteken naar de 4=6 (v.h. De Sperwer), maar voor de serieuze voorraden moesten we uitwijken naar Roosendaal.
De reis duurde altijd veel te lang, zoals altijd als je een jaar of tien bent. Na zes uur reizen en zoeken naar een parkeerplaats gingen we eerst naar de Jac. Hermans Prijsslag.
Een kalere en ongezelliger supermarkt heeft nooit bestaan. Vloertegels van het type: gemarmerd grijs.
Vijf meter hoge rekken met meestal nogal saaie huishoudelijke benodigheden. Ik kan achteraf totaal niet bedenken waar de kar mee werd volgestouwd; meestal liters koffiemelk en pakken koffie, rollen King voor in de Kerk maar ik kan me niet voorstellen dat dat alles was.
Bij wijze van uitspatting werden er af en toe Koetjesrepen gekocht, maar die hadden door hun lage cacao-gehalte alleen effect als je er drie tegelijk in je mond stak.
Zo'n pak van vijf was er dus snel doorheen.
Het vervoermiddel in kwestie; gefotografeerd ter gelegenheid van het winnen van 100 liter benzine!


Terwijl vader afrekende en moeder alvast dozen uitzocht zeulden Bert en ik (Vooral ik, Bert liep er in die tijd de kantjes vanaf) de loeizware boodschappenkar in de globale richting van de auto. Als een klein wonder verdween de inhoud ervan netjes geordend (koffiemelk rechts, koffie links) in de kofferbak van de Golf.

Daarna begon de echte bezoeking. Als we pech hadden wilde Moe gaan winkelen voor kleding, meestal in de meest desolate winkel van allemaal: de C en A.
Die Palomino-paard was best grappig voor een kwartiertje, maar aangezien we minstens drie uur tussen de kledingrekken moesten doorbrengen meer een druppel op de gloeiende plaat.
Klein lichtpunt was het plotselinge verschijnen van een softijs-automaat naast de roltrappen. Voor twee kwartjes zette je het gevaarte in werking en voor je ogen werd een flinke kluit softijs in een koeken bekertje gemikt. Tegen de tijd dat Bert en ik waren uitgeruzied, de kou-hoofdpijn weggetrokken en de handjes aan de kleding (niet die aan de rekken, maar onze eigen outfits) kon Moe minstens twee jurken passen.

Als we dit hadden overleefd waren er soms uitstapjes naar de Vroom en Dreesman en de Hema voor (vooral) een halve warme worst. Hoe ik die als tienjarige ooit opkreeg is me nog steeds een raadsel...

Aan het eind van de middag deden we de afhaalchinees aan. We zaten met een stuk of vijf andere klanten in een enorme zaal te wachten op een bankje tegen de muur. Achteraf bedenk ik dat die ruimte vast is gebruikt als oefenruimte voor het olympisch tafeltennistoernooi; een hoog plafond, niks aan de muren en dieprood velours tapijt. Af en toe werd de stilte doorbroken door het openen en sluiten van het luikje aan het eind van de zaal.
Op die manier werden bestellingen ontvangen en pakketten met (in ons geval) absurde hoeveelheden nasi naar de verschrikte klant geschoven.

Zo eindigde de Grote Boodschappendag meestal...nasi met sinas en later de WieKentQuiz op de buis!
En de gedachten gingen alvast uit naar een stel Koetjesrepen tegen de nahonger...

zondag 14 augustus 2011

Talk Talk: ode aan "Spirit of Eden"

Ik hoorde Talk Talk's "Spirit of Eden" voor het eerst in een keuken van het kamphuis De Heuvels in Nunspeet.
Vriend Roel had een cassettebandje gemaakt van de elpee en draaide de openingstrack "Eden" op de voorhanden zijnde soundmixmachine.
Niet echt hi-fi, maar je had het er maar mee te doen.
Misschien was het de vermoeidheid (we zaten halverwege de kindervakantieweek als coördinatoren), maar zeker ook de muziek; "The Rainbow" zweefde m'n leven binnen en is nooit echt weggeweest.



Ik ben groot fan van de gestructureerde drie-minuten-popsong, maar dit was (en is) totaal andere koek. Vóór het nummer op gang komt krijgen we de eerste minuten 'geluiden'. Sommige zijn herkenbaar; een trompet die klinkt als Miles Davis op In A Silent Way, lage orgelbassen, wat strijkers de elektrisch versterkte harmonica van Mark Feltham. Maar sommige zijn slechter te definiëren en voordat de gitaar monumentaal opkomt is het nauwelijks meer 'muziek'. 
De song zelf is vrij eenvoudig en schaars, maar door door elke keer tot stilstand te komen in een dwarrelende mix van strijkers en een Hammond-orgel en weer op te starten na een Satie-achtig pianostuk wordt het een kapstok voor allerlei andere geluiden.

En dat is nog maar het begin van een miraculeus mooi album. Eenmaal uitgekomen moest het publiek erg wennen aan de nieuwe koers en de verkoopcijfers vielen tegen. Dit ondanks het feit dat ze van EMI vanwege het succes een hoger budget hadden meegekregen. Die werd vooral besteed aan maandenlange sessies waarin instrumentalisten uren moesten spelen en uiteindelijk maar een paar seconden van hun werk uiteindelijk op de plaat zou belanden.
Legendarisch is het verhaal over de schoonmaakster die in tranen uitbarstte toen ze Mark Hollis' arrangement voor een koor hoorde. De mastertape werd bijna ter plekke vernietigd; dit was niet wat hij bedoeld had.
Misschien komt die 'legendarische track' dichtbij het hemelse "I Believe In You"; één van de mooiste songs die ik ooit gehoord heb.
De rest is, zoals ze dat zeggen, geschiedenis; Talk Talk moest weg bij EMI, maakte het magistrale Laughing Stock en Mark Hollis zou nog een mooie soloplaat maken. Daarna koos hij ervoor de muziekbusiness voorgoed de rug toe te keren. Vergelijkingen zijn al getrokken met Syd Barrett, maar ik vermoed dat het niet zozeer Hollis' geestesgesteldheid is die de grootste rol speelt, maar vooral zijn frustratie met de muziekindustrie. 
Ondertussen is zijn muziek en die van Talk Talk alleen maar gegroeid in statuur en invloed en bands als Sigur Rós, Mogwai en recent Wild Beasts lijken me erg schatplichtig aan de klanken van deze moedige en eigenzinnige band!

zondag 7 augustus 2011

Geluidgeheugen (deel 1)

Een sterk 'geurgeheugen' is, neem ik aan wel een bekend fenomeen.
Zo fietsten m'n moeder en ik in '86 naar het verzorgingshuis waar m'n opa "er slecht bij lag". Onderweg werden we overvallen door een stortbui en in de hal werden we vriendelijk ontvangen met wat handdoeken. De geur ervan transporteerde me meteen terug naar 1972 en mijn verblijf in het Sint Fransiscus ziekenhuis in Roosendaal.
Het was frappant hoe sterk die link was!

Ik heb dat ook met sommige geluiden.
Zo ben ik opgegroeid een paar kilometer van de Volkeraksluizen en het Hollands Diep. Soms kon je de diepe dreun van de schepen bijna voelen. Het meest aanwezig waren de misthoorns. Juist bij stil weer droeg het geluid ver en werd je 's ochtends halfwakker van de sonore klank.
Dit geluid maakte een comeback bij me midden jaren '80 toen ik een verloren halfjaar als stagiare door mocht brengen op Gemeentewerken Urk. Ik heb daar de kunst van het me vervelen tot in grote perfectie eigen gemaakt. Meestal ging ik elke dag even 'op pad' op de dienstfiets; de havens bekijken. En bij mist natuurlijk de misthoorn beluisteren die qua sfeer mooi paste bij de stille grijze straten.
Ik kan geen echte voorbeelden vinden op 't Web; vandaar deze clip waarin een misthoorn verwerkt is.

woensdag 22 juni 2011

Boze mannen van in de veertig in de politiek!

Het land wordt geregeerd door mijn generatie. 
Mark Rutte is van februari '67, Geert Wilders van september '63, Hero Brinkman van december '64, Jan Kees de Jager komt uit 1969. Enzovoorts.
Ik heb het dus niet over de beroepsbestuurders die vaak een slag ouder zijn. Dat zijn de 'geboren ministers' zoals Opstelten en de Moeder van alle Ministers: Piet Hein Donner (1948).
Boze Man I (1963)
Laat ik voorop stellen dat de meeste mannen van tussen de veertig en vijftig aardig zijn. Sommige van mijn beste vrienden zitten in die leeftijdscatagorie! 

Maar aan de andere kant: niemand kan zo rancuneus zijn als iemand van in de veertig. 
En de combinatie met politieke ambities maakt het er niet beter op. Daarbij komt nog de stijlbreuk die indertijd tot stand kwam door de LPF. 
Getergde oud-ambtenaren en verveelde miljonairs kwamen door een rare samenloop van omstandigheden ineens in de buurt van de macht. 
Ze waren eerst verplicht en beroepsmatig boos op "Paars" en de termen "de kogel kwam van Links" en "demoniseren"vlogen de verschrikte kiezer om de oren.
 Toen ze aan de macht kwamen gebeurde er iets geks; ze begonnen elkáár aan te vallen en het is ze gelukt om in zes jaar van 26 zetels naar een roemloze opheffing af te bouwen. 
Ach, wie kent ze nog, Hilbrand Nawijn, Herman Heinsbroek en natuurlijk Mat Herben! Namen van vroeger. 
Boze Man II (1965)
Maar: ze gaven ruimte aan een nieuwe 'stijl' in de politiek: de Onbehouwen Hork. 
Dat is in de regel dus sinds een paar jaar een man van rond de 45, volstrekt humorloos en een doelbewust klein pakket aan argumenten die eindeloos worden doorgedramd.
Want alteveel kennis van zaken is algauw verdacht; het confronteert de Bozige Veertiger (laat ik 'm B.V.-er noemen) misschien teveel met z'n eigen beperkingen en lokt algauw uit dat de B.V.-er de ander gaat indelen tot de 'elite'. 


Wilders mag graag graven in zijn Woordenboek van de Koude Oorlog; het voordeel van onze generatie is namelijk dat we de Koude Oorlog hebben meegemaakt. 
Dus ineens wordt 'links' vereenzelvigd met het "Politburo", de media "Staatsradio"of "Staatstelevisie". Rotterdam heet als het uitkomt het "Kremlin aan de Maas". Overdrijven en half liegen zijn een pré; op een bepaald moment kun je het vocabulaire van de B.V.-er wel dromen.
Gekrenkt Tiep (1964)
Alarmerend genoeg zijn de beperkte debattechnieken en de hele en halve leugens niet het ergste. 
B.V-ers hebben een goed geheugen, redelijk zelfverzekerd, maar ook erg snel aangebrand. 
In combinatie met een kort lontje spelen ze het vervolgens enorm op de persoon. 
Hadden ze tot een paar jaar geleden het nog over 'demoniseren' als het over de linkerflank ging, de rollen zijn nu omgedraaid en zodra een lid van Linkse Elite zich al in een debat mengen merk je al dat de adrenaline door de aderen kolkt. Verbeten koppen alom.


Gevoed door rancune vallen ze alles aan wat ze niet zint. Dat een opvallend groot deel van de PVV-fractie een strafblad heeft danwel blijkbaar een kwaadaardige dronk heeft is geen toeval; de frustratietolerantie is erg laag.


Erg genoeg merk ik het bij mezelf ook ik maak ik opvallend vaak politici uit voor alles wat los en vast zit. Vooral sinds oktober vorig jaar is het helemaal mis; geen minister kan op tv komen of ik zit alweer te briesen. 
Wie weet hebben ze het beste met het land voor, maar in mijn visie willen ze het land volledig asfalteren, 130 rijden, megastallen bouwen en dure straaljagers kopen, ten koste van cultuur, omroep, natuur en de gezondheidszorg. 
Ik probeer dan maar uitzendingen van Den Haag Vandaag (heet dat nog zo?) te vermijden en zit deze vier jaar maar uit, want met Donner in de gelederen blijven ze zitten tot het licht uitgaat! 


(Naschrift: ik lees net het volgende bericht over Ronald Sørensen (Eerstekamer-PVV-er) : "Sørensen liet op de website van Leefbaar Rotterdam een reactie achter op het beleid van PvdA-wethouder Jantine Kriens: 'Als Kriens mijn kat was, zou ik tegen de dierenarts zeggen: haal haar uit haar lijden'.") 
Raar want Sørensen is van 1947! 
Jong van hart, zullen we maar zeggen. 
Hufter van de dag (1947, maar erg vitaal!)




Was Jan Peter er nog maar!

zondag 15 mei 2011

Jeugdsentimentvondst!

Het internet lijkt af en toe op een rommelmarkt. Meestal schuim je er rond en vind je niks (ook al omdat je niks gericht zoékt ook). En meestal beland ik op sites waar ik elpees zou kunnen bestellen. Of op een andere manier teveel geld uit kan geven.

Dit keer was ik weer op zoek naar wat deuntjes uit de onvolprezen Ko de Boswachtershow. Niet de latere t.v.-versie, maar het radioprogramma waar ik zo rond m'n 12de geregeld op de klokradio op m'n kamer naar luisterde. Geestig gemaakt en met de Magie van Radio; je waande je in de wat rommelige blokhut van Ko. Ik kende in ieder geval de begintune, die grotendeels hetzelfde is als het latere t.v-programma:
De Houthakkers: Kanarietje
Het is dus een soort van 'huisband' geweest, "De Houthakkers" die deze muziekjes maakten. Ik ken hun namen niet, dus ik vermoed wat sessie-musici en hier en daar een bekendere zanger of zangeres. Op hun site kwam het antwoord waarom deze muziekjes niet op plaat op c.d. was verschenen; gedonder over auteursrechten. Zonde!
Eén deuntje was me erg en die stond bij de gratis te beluisteren mp3-clips; het feest der herkenning!

zaterdag 23 april 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 3: country!

En dan bedoel ik niet van die coole Americana of country-rock, maar echte hilbilly-muziek die ofwel handelt over dood, drank en verderf danwel de romantiek van het leven op de boerderij/weg/ in de kolenmijn.
De eerste echte klanken in dit genre die me bijstaan is de banjo in het themaliedje van de Beverly Hillbillies! Ik heb geen idee hoelang de toen al prehistorische serie op de Nederlandse buis speelde, maar de titelsong maakte een diepe indruk op me! M'n tante was dol op de zoetgevooisde Jim Reeves, die zelfs ik nogal braaf vond. Zo'n eikenhouten bariton...

Indertijd (de vroege jaren '70) waren er meer echte country-hits. Tammy Wynette zong nogal zielige liedjes (over S.C.H.E.I.D.I.N.G. en dat je bij je Man moest Staan) en je had van Vaderlandse bodem The Tumbleweeds. En later Pussycat met die gietijzeren stem van Toni Wille.
Maar ik vond "Rhinestone Cowboy" van Glen Campbell toch het echte werk. In country moet het nou eenmaal over cowboys gaan en de clip was me uit het hart gegrepen!
Verder hadden m'n ouders wat country-platen met Chet Atkins en een K-Tel elpee met A Boy Named Sue van Johnny Cash en Three Wheels On My Wagon van the New Christy Minstrels.

Mijn smaak veranderde en country leek een beetje af te dwalen naar (zo mogelijk) nog kitscherige muziek; onze wegen scheidden!

En toch ook weer niet. Pas na tijdje ontdekte ik dat onder dat 'jazz'-laagje Pat Metheny vaak eigenlijk country-muziek maakt! En dat is precies de reden dat ik Pat Metheny waardeer; hij is soms uitgesproken 'romantisch' en 'mooi'; geen dingen die je dagelijks in de jazz tegenkomt!

En ik ben alweer een tijd dol op Bluegrass! Vaak mannen op een rijtje met een keur aan snaarinstrumenten die elkaar met solo's de loef afsteken. (We zijn weer terug bij de tune van de Beverly Hillbillies!). Maar er zijn artiesten die het met wat schaafwerk er nieuwe dimensies aan geven. Hier geven Alison Krauss en Union Station hun eigen draai aan een soulklassieker!
Mijn zwak voor de banjo is gebleven; voor de één is het een lawaaiig instrument, maar juist door die percussieve toon en de manier van tokkelen geeft het een mooie 'drive' aan de muziek. 
De huidige grootmeester is Bela Fleck die met muzikanten uit Mali, India en Spanje albums heeft gemaakt, met de Flecktones Jazzrock produceert en laatst een Bach-cd heeft afgeleverd. Dat laatste hoeft van mij weer niet zo: hier een voorbeeld van een recept die geheel op smaak is: Bluegrass-de-luxe!

Met deze deel 3 eindig ik (voorlopig) deze serie.
En wat zou de conclusie kunnen zijn? 
Ik denk zelf dat "Uncoole" muziek niet bestaat. In elke soort en stroming zijn er artiesten die gepassioneerd proberen hun talent te gebruiken elke keer iets mooiers te maken.  

Vragen? Opmerkingen? Ik hoor het graag! :)

vrijdag 25 maart 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 2: gladde jongens (m/v) en Yacht Rock!

Eerst maar een voorbeeld, dan valt er meteen iets te beluisteren bij het lezen!
"Dance With Me" van "Orleans" is een uitstekend voorbeeld van een recent uitgevonden genre in de populaire muziek: Yacht Rock. Deze muzieksoort is:
  1. Goedgemaakt; goeie muzikanten en productie.
  2. Niet origineel. "Orleans" klinkt als een mooie compromis tussen de Eagles en Boston. De groep bestaat voor driekwart uit de broertjes Hoppen die nog steeds geregeld een plaat maken.
  3. Meestal Amerikaans. 
  4. Meestal gemaakt door "one-hit-wonders".
  5. In de regel uit het midden van de jaren '70 en het begin van de jaren '80.
Veel Yacht Rock-bands hebben dan ook de volledige klap op moeten vangen van Punk en New Wave die qua productiekwaliteit de klok zo'n vijftien jaar terug draaiden en even was er totaal geen plek meer voor meerstemmige zang, subtiele gitaren en vernuftige baslijnen!

Mijn voorliefde voor dit soort muziek komt door het grijsdraaien van "Bridge Over Troubled Water" van Simon en Garfunkel. Ik denk dat dat nog steeds een van de mooist-klinkende platen aller tijden is; een mooie mix van pedal steel-geluiden en gitaren in The Boxer en een prachtig "Simon & Garfunkel"-koor in The Only Living Boy In New York!
Dit alles uit een tijd waarin producers (in dit geval Roy Halee) platen maakten die fijn waren om te beluisteren; een mooie balans tussen muziek en zang.
Ik dwaal wat af...

...en ga een stapje verder.
Ik luister er lang niet dagelijks naar, maar ik hoor dit liever dan de meeste werken van The Smiths of eigenlijk alles van New Order! En: het is goedgemaakte muziek: er is geen Autotune gebruikt, de instrumenten worden met vaardigheid bespeeld en het is een deuntje met kop en staart! Zodra dit op de autoradio klinkt gaat-ie harder en zing ik anderhalve octaaf lager enthousiast mee!

zondag 20 februari 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 1: muziek met humor.

Het ging voorgoed mis in de jaren '80, denk ik.
Synth pop met veel stuurs kijkende mensen achter een keyboard. Met gitaren kun je nog over het podium stormen of windmolens imiteren, maar achter een keyboard is ritmisch schokschouderen en broeierig in de camera staren het hoogst haalbare. Inmiddels was ik al redelijk bekend met de fraaie verzameling liedjes van de Beatles en humor, luchtigheid en zelfs uitgelaten muziek kon ik erg goed volgen!
Die lachebekjes van Yazoo!
Nou vond ik niet alle 'serieuze' muziek slecht; het was in de vroege jaren '80 alleen zo dat je of een grote hoeveelheden Serieuze Klanken moest verdragen of bloot werd gesteld aan Vogeltjesdansen en Marsipulami's. Er zat veel te weinig tussenin!
Ook waren er fraaie video's met veel gedragen symboliek (Vienna!) of mensen die door een felverlichte Luxaflex gluurden.
Alleen werd het me al snel duidelijk dat je met muziek met teveel aan majeur-akkoorden, vrolijke zang en teksten niet veel mede-liefhebbers trof.
Laat staan als het om grappige muziek ging!
En dan bedoel ik niet de onbedoeld grappige muziek-combo's die met kleurige pakken en keyboards-met-ritmebox op veel feestjes het podium bezet houden. En elke conversatie onmogelijk maken. En zeker niet het 'muzikale' werk van Bassie en Adriaan.
Van Duin:bij ons geregeld op tv!
Daarvoor had ik, denk iknet als de veel generatiegenoten, een flinke tik meegekregen van de waanzin van André van Duin. Ik bedoel niet eens zozeer z'n makkelijke Carnavalskrakers over bloemkolen of Eskimo, maar de gekkigheid van de Zenuwpees en het absurde Onzichtbare André. Vooral zijn hits van '72 tot '75 zijn van eenzame klasse: goed gespeeld en met veel pret gespeeld en gezongen.

Snel een voorbeeld, anders wordt het teveel tekst!

Toen ik deze plaat aanschafte ("Nick Lowe and His Cowboy Outfit", die titel beloofde al wat) stond het al aardig in contrast met "Against All Odds" of  "Hello" die in die tijd erg hoog scoorden. Zie? Vrolijkheid alom, het orgeltje is bijna op zichzelf al glimlachopwekkend!
Ook komieken als Hugh Laurie die muzikaal onderlegd zijn kan ik enorm bewonderen. Muziek is an sich voor veel muzikanten en toeschouwers natuurlijk een serieuze aangelegenheid (uren studie, dure kaartjes), maar juist die ernstigheid laat zich zo fijn persifleren!
Hier neemt Bill Bailey de wereld van de Progrock (de meest serieuze muzieksoort aller tijden®) op de hak:


Afsluitend een goeie rock-satire door het duo Tenacious D! Voor het geval iemand denkt dat alleen Engelse muzikanten dit vak beheersen!


Verdere luistertips: Mike Boddé, Madness, Squeeze, Spinal Tap, The Kinks, Victor Borge en juist níks van Hans Liberg!
Volgende keer: deel 2: gladde muziek alias Yacht Rock!

dinsdag 18 januari 2011

In Memoriam Gracia van Manja 1991-2011....

...alias Chica, Ouwe Knurft/drukteschopper/Stinkerd



Op een gekke manier binnengekomen via de Huisdieren-herplaatsing die eerst beweerden dat ze acht was, daarna ineens 'een jaar of tien' en uiteindelijk twaalf.
Misschien waren ze beducht voor mensen die vooral op zoek waren naar een jong beest en hadden ze het idee dat we rechtsomkeert zouden maken als we een beest van middelbare leeftijd zouden treffen.

Op de dag de bezichtiging, waarin Chica zich mauwend onder de kast ophield, waren we al snel om en al na een uurtje hadden we haar al thuis waar ze eerst een tijd onder een kast zat te mauwen.
Aan haar paspoort te zien had ze al in Spijkenisse gewoond, in Groningen en nu in Zeist waar ze in paniek raakte van lawaaiige kinderen.

Ze was zes jaar een lieve, neurotische, en gezellige huisgenoot.
Bij bezoek stond ze graag in de belangstelling en helemaal als er eten op tafel stond was je voor haar de aardigste tweevoeter ter wereld!
Ze kon heerlijk actief genieten van een zonnig moment in de tuin of een uitgebreide kambeurt van Bar.

Honden hadden geen moment rust bij haar; misschien het gevolg van een traumatische gebeurtenis in haar jeugd, maar misschien ook territoriumdrift: kleine vuilnisbakkies, maar ook Rottweilers werden constant uitgemauwd en als ze de boodschap niet snel genoeg begrepen dan was Chica bereid ook maar wat tikken uit te delen.

De laatste jaren kwamen er steeds meer gebreken en beperkingen bij en in de laatste twee maanden is het allemaal snel gegaan. We zullen haar missen en hopen dat ze Elders een lekker stekje in de zon heeft gevonden.

zaterdag 1 januari 2011

De Platenboer: iets voor het Openluchtmuseum?

De allereerste: V&D 1977 voor ƒ18,50!
Zaken die geleidelijk verdwijnen hebben altijd iets tragisch. Je ziet het aan Balkenende die af en toe zo te zien ergens op een podium staat of vandaag buiten aan de sneeuw. Het (of hij) is er nog wel, maar niemand let er echt meer op.
Ik heb dat sinds een paar jaar met de ouderwetse 'Platenzaak'. Dat is eigenlijk al een oud woord, maar ik gebruik het nog steeds, terwijl in de gemiddelde multimediastore de 'platen' zelf al twintig jaar met groot enthousiasme wegdeed.
Voor mij was het hoogtepunt van de platenzaak-ervaring eind jaren'70, begin jaren '80. Zelfs een kleingrutter als Saarloos in Willemstad (ook voor uw Matchbox-auto's en ansichtkaarten) had wel een spannende platenbak.
Als je de goeie route in Zwolle te pakken had had je zo vier goed gesorteerde winkels te pakken,meestal slaagde ik bij Studio Fox tegenover de V&D en anders wel bij Plato.
Een gezocht plaat bestellen kon wel, maar het duurde een week of zes en soms wel drie maanden. In die tijd werden LP's nog verscheept via pakketboot en huifkar.

Het was altijd een verbijsterend moment als je een nog niet-ontdekte of lang-gezochte elpee in het oog kreeg! Soms was het dan even 'beluisteren' en checken of de plaat niet al te veel was mishandeld door het personeel bij de vorige 'beluisterbeurten' van je voorgangers. In sommige zaken (vooral bij klassieke muziekwinkels) kon je plaatsnemen in een ruim soort halfglazen telefooncel waar je, omringd door tijdschriften over de laatste "Deutsche Grammophon"-albums tegenover twee Jamo-boxen mocht plaatsnemen.
Wie dat ooit bedacht had weet ik niet; je zat er namelijk nogal voor paal met je tas met je schooltas op vol volume naar Steve Winwood te luisteren terwijl half Zwolle met de warme halve Hemaworsten langsliep

Echte sensationele vondsten werden niet beluisterd en zo snel mogelijk aangeschaft en in gestrekte draf naar huis om het vinyl alsnog te teisteren met halve luistersessies en rare toeren met pickupnaald en kwijtrakende binnenhoezen.


(<--Voorbeeld van een sensationele vondst; Paco de Lucia Sextet Live, een half jaar na het concert dat Roel en ik hadden bezocht...in de pré-Internet-tijden zag je zoiets niet aankomen en dat maakte de vondst in een LP-winkel in Steenwijk een daverende ervaring!)
De eerste omslag was de introductie van de c.d.. Een pittig geprijsd zilveren schijfje in een stevige plastic verpakking.
Het toverwoord in die tijd (vanaf midden jaren '80) was 'digitaal'. Analoog was iets van vroeger, met banden en ruis, digitaal was juist zonder ruis en ook zonder tikken of krassen, halve luistersessies werden bijna aangemoedigd en er waren geen binnenhoezen! Je moest er vooral op letten dat er 'DDD' op stond en vaak werd de lekker lange speelduur op de voorkant gemeld!

 Nadeel: eigenlijk was de keuze de eerste jaren beroerd. Als je fan was van de Dire Straits of Sting had je geen probleem, maar als Beatle-fan of volger van ietwat obscure flamenco was het wachten geblazen.
Sinds een jaar of twee ,drie zit de klad er goed in bij de Platenboer! Sorry....de "Multimediastore"!
Inmiddels is de Van Leest de laatste plek waar je moet wezen als je een album zoekt. Meer XBox-spellen dan cd's!
Het 'rondje Utrecht' van een paar jaar geleden; van Plato aan de Steenweg, de gracht langs naar de Drieharingstraat voor Boudisque, is een dagmars geworden!
De Boudisque verhuisd naar een wat droevig pand en de Plato heeft na de verhuizing een wanhopig ogende platenbak neergezet met Hendrix-heruitgaven naast Dave Brubeck en de nieuwste Ray Lamontagne.
Ik doe het af en toe nog wel en ik kan me bijna schuldig voelen als ik, vermoeid na zo'n halve marathon, eenmaal thuis op Amazon of Play.Com inlog...

Dus mijn idee: een ouderwetse platenzaak in het Openluchtmuseum, net naast het fraai geconserveerde Groene Kruis-gebouw! Met in de afdelingen Rythm 'n Blues Muddy Waters en B.B. King en een klein rekje voor de tien cd's!
En een luistercabine.