Pagina's

maandag 29 augustus 2011

Duistere jaren: de '80s!

Eind jaren '70 wist ik nog van niks. Ik kreeg wel wat mee van treinkapingen en gijzeldrama's, maar als vijfde- of zesklasser hoefde je daar niet zoveel mee.
Het doen van de Grote Boodschappen werd wat leuker door het ontdekken van de platenafdeling van de V&D, dus zelfs die gebeurtenis kreeg een leuk randje.
Met één journaal per dag kreeg je een overzichtelijke portie nieuws. Twee netten en een lekker overzichtelijke verdeling tussen links en rechts. Iets met Wiegel en Den Uyl.
Mijn ouders lazen de Telegraaf. Hoewel: naast de tv-pagina's vond ik er weinig interessants aan. Snel het Hagar-stripje (niet eens echt grappig) en dan weer snel door naar de Eppo. Ik was in die periode best rechts, achteraf gezien. Maar goed dat ik geen stemrecht had!

Het is raar om me dat nu voor te stellen, maar zoiets als een atoomoorlog was in die tijd iets dat vroeg of laat móest uitbreken. Volgens mij dan. Er werd geregeld gemeld wie er voorliep in de wapenwedloop en welke raketten waarop gericht waren.
Mijn vader had me 'ns rondgeleid in de atoombunker van de Volkeraksluizen. Een ondergronds stelsel van kamers en gangen, wat fietsen om de stroom op te wekken, wat douches om na binnenkomst de ergste straling af te spoelen en veel blikken drinkwater.
Ik dacht een tijdje dat dat wel een fijne personeel-service van Rijkswaterstaat was, maar het was natuurlijk de bedoeling dat als er een kernbom op Fijnaart was gedropt (bijvoorbeeld op het huis van meneer Winkelhof, leraar Wiskunde. Ik noem maar iemand.) de noeste sluiswachters met stralende gezichten (en de rest ook) de binnenvaart bleven bedienen.
Dus ondanks de fall-out en het loeien van de sirenes moest er gespuid en geschut worden... De suikerbieten en het grind kwamen niet vanzélf de Moerdijk binnengerold.

Het paste wel in het straatje van m'n invallende puberteit; een gevoel van doom om maar niet te spreken van Weltschmerz. Het was een perfecte tijd voor dat soort sentiment, de muziek van die tijd weerspiegelt dat; punk en new wave en vooral veel synth-geluiden. Gek genoeg vind ik nu de muziek uit die jaren eigenlijk opvallend vitaal en melodisch, maar ja, dat is dan het voortschrijdend inzicht.
Een voorbeeldje van een typerend geluid uit '81:


Quizvraag: zou zo'n plaat heden ten dage een top-tien hit kunnen worden?

maandag 22 augustus 2011

Grote Boodschappen

Zo'n beetje elke twee weken was het Grote Boodschappen geblazen.
Voor een halfje tarwe of een krop sla konden we de speeltuin oversteken naar de 4=6 (v.h. De Sperwer), maar voor de serieuze voorraden moesten we uitwijken naar Roosendaal.
De reis duurde altijd veel te lang, zoals altijd als je een jaar of tien bent. Na zes uur reizen en zoeken naar een parkeerplaats gingen we eerst naar de Jac. Hermans Prijsslag.
Een kalere en ongezelliger supermarkt heeft nooit bestaan. Vloertegels van het type: gemarmerd grijs.
Vijf meter hoge rekken met meestal nogal saaie huishoudelijke benodigheden. Ik kan achteraf totaal niet bedenken waar de kar mee werd volgestouwd; meestal liters koffiemelk en pakken koffie, rollen King voor in de Kerk maar ik kan me niet voorstellen dat dat alles was.
Bij wijze van uitspatting werden er af en toe Koetjesrepen gekocht, maar die hadden door hun lage cacao-gehalte alleen effect als je er drie tegelijk in je mond stak.
Zo'n pak van vijf was er dus snel doorheen.
Het vervoermiddel in kwestie; gefotografeerd ter gelegenheid van het winnen van 100 liter benzine!


Terwijl vader afrekende en moeder alvast dozen uitzocht zeulden Bert en ik (Vooral ik, Bert liep er in die tijd de kantjes vanaf) de loeizware boodschappenkar in de globale richting van de auto. Als een klein wonder verdween de inhoud ervan netjes geordend (koffiemelk rechts, koffie links) in de kofferbak van de Golf.

Daarna begon de echte bezoeking. Als we pech hadden wilde Moe gaan winkelen voor kleding, meestal in de meest desolate winkel van allemaal: de C en A.
Die Palomino-paard was best grappig voor een kwartiertje, maar aangezien we minstens drie uur tussen de kledingrekken moesten doorbrengen meer een druppel op de gloeiende plaat.
Klein lichtpunt was het plotselinge verschijnen van een softijs-automaat naast de roltrappen. Voor twee kwartjes zette je het gevaarte in werking en voor je ogen werd een flinke kluit softijs in een koeken bekertje gemikt. Tegen de tijd dat Bert en ik waren uitgeruzied, de kou-hoofdpijn weggetrokken en de handjes aan de kleding (niet die aan de rekken, maar onze eigen outfits) kon Moe minstens twee jurken passen.

Als we dit hadden overleefd waren er soms uitstapjes naar de Vroom en Dreesman en de Hema voor (vooral) een halve warme worst. Hoe ik die als tienjarige ooit opkreeg is me nog steeds een raadsel...

Aan het eind van de middag deden we de afhaalchinees aan. We zaten met een stuk of vijf andere klanten in een enorme zaal te wachten op een bankje tegen de muur. Achteraf bedenk ik dat die ruimte vast is gebruikt als oefenruimte voor het olympisch tafeltennistoernooi; een hoog plafond, niks aan de muren en dieprood velours tapijt. Af en toe werd de stilte doorbroken door het openen en sluiten van het luikje aan het eind van de zaal.
Op die manier werden bestellingen ontvangen en pakketten met (in ons geval) absurde hoeveelheden nasi naar de verschrikte klant geschoven.

Zo eindigde de Grote Boodschappendag meestal...nasi met sinas en later de WieKentQuiz op de buis!
En de gedachten gingen alvast uit naar een stel Koetjesrepen tegen de nahonger...

zondag 14 augustus 2011

Talk Talk: ode aan "Spirit of Eden"

Ik hoorde Talk Talk's "Spirit of Eden" voor het eerst in een keuken van het kamphuis De Heuvels in Nunspeet.
Vriend Roel had een cassettebandje gemaakt van de elpee en draaide de openingstrack "Eden" op de voorhanden zijnde soundmixmachine.
Niet echt hi-fi, maar je had het er maar mee te doen.
Misschien was het de vermoeidheid (we zaten halverwege de kindervakantieweek als coördinatoren), maar zeker ook de muziek; "The Rainbow" zweefde m'n leven binnen en is nooit echt weggeweest.



Ik ben groot fan van de gestructureerde drie-minuten-popsong, maar dit was (en is) totaal andere koek. Vóór het nummer op gang komt krijgen we de eerste minuten 'geluiden'. Sommige zijn herkenbaar; een trompet die klinkt als Miles Davis op In A Silent Way, lage orgelbassen, wat strijkers de elektrisch versterkte harmonica van Mark Feltham. Maar sommige zijn slechter te definiëren en voordat de gitaar monumentaal opkomt is het nauwelijks meer 'muziek'. 
De song zelf is vrij eenvoudig en schaars, maar door door elke keer tot stilstand te komen in een dwarrelende mix van strijkers en een Hammond-orgel en weer op te starten na een Satie-achtig pianostuk wordt het een kapstok voor allerlei andere geluiden.

En dat is nog maar het begin van een miraculeus mooi album. Eenmaal uitgekomen moest het publiek erg wennen aan de nieuwe koers en de verkoopcijfers vielen tegen. Dit ondanks het feit dat ze van EMI vanwege het succes een hoger budget hadden meegekregen. Die werd vooral besteed aan maandenlange sessies waarin instrumentalisten uren moesten spelen en uiteindelijk maar een paar seconden van hun werk uiteindelijk op de plaat zou belanden.
Legendarisch is het verhaal over de schoonmaakster die in tranen uitbarstte toen ze Mark Hollis' arrangement voor een koor hoorde. De mastertape werd bijna ter plekke vernietigd; dit was niet wat hij bedoeld had.
Misschien komt die 'legendarische track' dichtbij het hemelse "I Believe In You"; één van de mooiste songs die ik ooit gehoord heb.
De rest is, zoals ze dat zeggen, geschiedenis; Talk Talk moest weg bij EMI, maakte het magistrale Laughing Stock en Mark Hollis zou nog een mooie soloplaat maken. Daarna koos hij ervoor de muziekbusiness voorgoed de rug toe te keren. Vergelijkingen zijn al getrokken met Syd Barrett, maar ik vermoed dat het niet zozeer Hollis' geestesgesteldheid is die de grootste rol speelt, maar vooral zijn frustratie met de muziekindustrie. 
Ondertussen is zijn muziek en die van Talk Talk alleen maar gegroeid in statuur en invloed en bands als Sigur Rós, Mogwai en recent Wild Beasts lijken me erg schatplichtig aan de klanken van deze moedige en eigenzinnige band!

zondag 7 augustus 2011

Geluidgeheugen (deel 1)

Een sterk 'geurgeheugen' is, neem ik aan wel een bekend fenomeen.
Zo fietsten m'n moeder en ik in '86 naar het verzorgingshuis waar m'n opa "er slecht bij lag". Onderweg werden we overvallen door een stortbui en in de hal werden we vriendelijk ontvangen met wat handdoeken. De geur ervan transporteerde me meteen terug naar 1972 en mijn verblijf in het Sint Fransiscus ziekenhuis in Roosendaal.
Het was frappant hoe sterk die link was!

Ik heb dat ook met sommige geluiden.
Zo ben ik opgegroeid een paar kilometer van de Volkeraksluizen en het Hollands Diep. Soms kon je de diepe dreun van de schepen bijna voelen. Het meest aanwezig waren de misthoorns. Juist bij stil weer droeg het geluid ver en werd je 's ochtends halfwakker van de sonore klank.
Dit geluid maakte een comeback bij me midden jaren '80 toen ik een verloren halfjaar als stagiare door mocht brengen op Gemeentewerken Urk. Ik heb daar de kunst van het me vervelen tot in grote perfectie eigen gemaakt. Meestal ging ik elke dag even 'op pad' op de dienstfiets; de havens bekijken. En bij mist natuurlijk de misthoorn beluisteren die qua sfeer mooi paste bij de stille grijze straten.
Ik kan geen echte voorbeelden vinden op 't Web; vandaar deze clip waarin een misthoorn verwerkt is.