Pagina's

zondag 14 augustus 2011

Talk Talk: ode aan "Spirit of Eden"

Ik hoorde Talk Talk's "Spirit of Eden" voor het eerst in een keuken van het kamphuis De Heuvels in Nunspeet.
Vriend Roel had een cassettebandje gemaakt van de elpee en draaide de openingstrack "Eden" op de voorhanden zijnde soundmixmachine.
Niet echt hi-fi, maar je had het er maar mee te doen.
Misschien was het de vermoeidheid (we zaten halverwege de kindervakantieweek als coördinatoren), maar zeker ook de muziek; "The Rainbow" zweefde m'n leven binnen en is nooit echt weggeweest.



Ik ben groot fan van de gestructureerde drie-minuten-popsong, maar dit was (en is) totaal andere koek. Vóór het nummer op gang komt krijgen we de eerste minuten 'geluiden'. Sommige zijn herkenbaar; een trompet die klinkt als Miles Davis op In A Silent Way, lage orgelbassen, wat strijkers de elektrisch versterkte harmonica van Mark Feltham. Maar sommige zijn slechter te definiëren en voordat de gitaar monumentaal opkomt is het nauwelijks meer 'muziek'. 
De song zelf is vrij eenvoudig en schaars, maar door door elke keer tot stilstand te komen in een dwarrelende mix van strijkers en een Hammond-orgel en weer op te starten na een Satie-achtig pianostuk wordt het een kapstok voor allerlei andere geluiden.

En dat is nog maar het begin van een miraculeus mooi album. Eenmaal uitgekomen moest het publiek erg wennen aan de nieuwe koers en de verkoopcijfers vielen tegen. Dit ondanks het feit dat ze van EMI vanwege het succes een hoger budget hadden meegekregen. Die werd vooral besteed aan maandenlange sessies waarin instrumentalisten uren moesten spelen en uiteindelijk maar een paar seconden van hun werk uiteindelijk op de plaat zou belanden.
Legendarisch is het verhaal over de schoonmaakster die in tranen uitbarstte toen ze Mark Hollis' arrangement voor een koor hoorde. De mastertape werd bijna ter plekke vernietigd; dit was niet wat hij bedoeld had.
Misschien komt die 'legendarische track' dichtbij het hemelse "I Believe In You"; één van de mooiste songs die ik ooit gehoord heb.
De rest is, zoals ze dat zeggen, geschiedenis; Talk Talk moest weg bij EMI, maakte het magistrale Laughing Stock en Mark Hollis zou nog een mooie soloplaat maken. Daarna koos hij ervoor de muziekbusiness voorgoed de rug toe te keren. Vergelijkingen zijn al getrokken met Syd Barrett, maar ik vermoed dat het niet zozeer Hollis' geestesgesteldheid is die de grootste rol speelt, maar vooral zijn frustratie met de muziekindustrie. 
Ondertussen is zijn muziek en die van Talk Talk alleen maar gegroeid in statuur en invloed en bands als Sigur Rós, Mogwai en recent Wild Beasts lijken me erg schatplichtig aan de klanken van deze moedige en eigenzinnige band!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten