Pagina's

zondag 3 september 2017

Route 1


Kilometer 4; net buiten Kerkebosch
Tot en met kilometer vier is het een beetje gedoe; de route om Driebergen uit te komen wordt vooral bepaald door de Loolaan met de zijwegen van rechts en een wekelijkse bijna-aanrijding bij de rotonde. Daarna onder de A12 door, het spoor over en langs de ellenlange Prinses Margrietlaan aan de rand van het Zeister Kerkebosch.

Daarna zit je eigenlijk tot aan Soesterberg in de bossen.


Er is in die negen jaar vrij veel veranderd. Zo is er vrij veel bos gekapt en zijn er veel meer open stukken, waar 's zomers een kudde schapen wordt losgelaten.
Terrein Zon en Schild, kilometer 15
De beste begaanbaarheid is van april tot en met oktober. Als het vriest is het er gauw glad en na een sneeuwbui is het glibberen geblazen En ook al zijn de fietspaden in de verre omtrek weer prima begaanbaar; in het bos is het een graad of drie, vier kouder. Vooral in de eerste fietswinter (2008-2009) ben ik een paar keer onderuit gegaan, één keer na een spectaculaire glijpartij van een meter of tien. Tenminste; ik kan me alleen maar voorstellen dat het voor een willekeurige toeschouwer spectaculair moet zijn geweest; maar op dat tijdstip en op die route kwam je geen mens tegen.

De eerste paar jaar ging het met een Giant Freerider.
Ik weet niet wat ermee was, maar deze fiets had de wendbaarheid van een slagschip en zodra het maar een beetje glad was ging ik ermee onderuit (zie de spectaculaire glijpartij in de vorige alinea). Na een jaar of drie ploeteren schakelde ik terug naar de oude vertrouwde Koga (anno 1992).
Daar ging het redelijk probleemloos mee tot bleek dat 'metaalmoeheid'  ook voor fietswielen op kan gaan. Na een onbenullig botsinkje met een wielrenner (mijn fout) donderde het hele voorwiel in elkaar!
En vanaf 2013 is het wat lichtvoetiger Kona "Jake The Snake" (die naam al); eigenlijk een fiets voor veldrijders, dus op natte bladeren en modderige bospaden kun je er best aardig mee uit de voeten.
Hier de Kona, gestald in de sfeervolle fietsenkelder van Heidezicht.


Tussen Austerlitz en Soesterberg, kilometer 8
"Route 1" heeft niet altijd zo geheten. Sinds een jaar of vier staat deze zo in mijn iPhone op de Cyclemeter app. Route 2 is door rustige delen van Zeist en route 3 is een kilometer of 7 langs de drukke Amersfoortseweg.  Route 1 was wel de 'als het even kan'-route; als het te donker of te glibberig was dan even wat anders maar als ik buizerds, reeën of vooral een mooi landschap wilde tegenkomen dan was de keuze snel gemaakt.
Ik zal deze werk-bonus wel missen. 
Tussen Zeist en Austerlitz, kilometer 5



zondag 4 december 2016

Kindervakantiekampen deel 2; hoe het werkte


De blije gezichtjes en de hoopvolle anticipatie op weer zo'n fijne vossenjacht in een naburig dorp. (Foto: Ossenzijl 1986)
Na de bevestigingsbrief van de SMS kwam de communicatie op gang voor de voorbespreking; gewoonlijk bij de coordinator van het kamp thuis. Dat was wel een aardig spannend moment; wie is het meest aan het woord? Wordt er een beetje gelachen? Is het enorm zakelijk en staan we na een uurtje weer buiten of blijven we hangen en doen we nog een biertje?
Uiteindelijk moest deze bijeenkomst een "leidingakkoord" opleveren. Meer een soort intentieverklaring en checklist dat we heus alles hadden besproken en de we de kinderen konsekwent zouden benaderen en wie de butagasflessen en de financiën zou doen.

De aankomst was altijd wel een dingetje. Heel soms was je het eerste kamp van het seizoen en kon je de dag ervóór arriveren en installeren (biertjes drinken), maar in de regel werd je soort van ontvangen door de voorgaande ploeg.
Een vermoeid en afstandelijk stel adolescenten die aan de koffie zitten terwijl er één nog een bezem door de kampkeuken haalt. De sfeer is een tikje kribbig; we betreden de ruimte die hun domein was de afgelopen week en als vanzelf stralen wij uit dat ze maar zo snel mogelijk moeten wegwezen. We hebben een kamp te leiden hier.
"Kampkeuken" Austerlitz 1987. 
Er werden wat dingen gecheckt en klaargezet en varieren van een uur te vroeg tot een half uur te laat arriveren de (toch wel vaak) Volvo's en is er een explosie van weekendtassen en hyperactieve kinderen die zo snel mogelijk vriendjes en vriendinnetjes maken terwijl de ouders kennis maken met de frisse en attente leidingploeg. Als de laatste stationcar wegrijdt is het echt zover; de kennismakingsspellen kunnen beginnen, de eerste maaltijden worden voorbereid. Met een beetje mazzel zijn na de eerste avond de batterijen van de zaklampen al leeg.

En vervolgens dan het rare ritme van lang opblijven, de biertjes, volgende dag weer vroeg op, speurtochten, knutselwerk, kanotochten, voddenraapspel, tafels dekken....
Kampschrift Noordwijk 1984
Hiernaast een 'kijkje in de keuken'; notulen van de dagevaluatie en voorbespreking van de volgende dag uit het Noordwijk-kamp van 1984. Twee details zijn me bijgebleven; voor de 'goudbruine pannekoeken' bestelde Harry een kilo gesneden spek, wat een onvergetelijke blik opleverde van de medewerkster van de slagerij-afdeling voordat ze een kwartier aan de slag ging met enorme blokken varkensvlees. Het bleek sowieso veel te veel; we hebben nog een week allerlei creatieve gerechten bedacht met gerookt spek. En het geplande kampvuur van 25 juli (rechts benedenaan; "Harry brandend") was in eerste instantie een indrukwekkend inferno waarbij het even leek of de hoge populieren ernaast gezellig mee zouden doen. Het spookverhaal van Loes "(taxi)" werd uiteindelijk verteld door Roel was (en is) te gruwelijk voor woorden.

Het was in zo'n week een simpel maar intensief leven; of je was aan het afwassen, liep als vrouw verkleed rond in Nunspeet (vossenjacht 1985), sloeg om bij het instappen van je kano (Noordwijk '84) of viel even in slaap toen een verhaal werd voorgelezen tijdens een regenpauze (Austerlitz '87). Om daarna weer iets met avondeten te doen, afwas, een avondspeurtocht, in de gaten houden dat de tandjes werden gepoetst en daarna dagnabespreking en vroeg of laat een biertje.
Het eind van de week werd vaak toch een wat brakke aangelegenheid. De bonte avond was lekker chaotisch geweest (als je pech had moest je als leiding iets 'blind' proeven en kreeg je een schep koffiedik met sambal, zout, peper en ui..) en de kinderen sliepen vroeg.
Je kend elkaar goed als leidingploeg, dus de dagnabespreking duurde een half uurtje en er viel weinig voor te bespreken; aan het eind van de ochtend werden de kids opgehaald. Resultaat; de biertjes kwamen wat eerder en gingen wat langer door.
Na het vertrek van de kinderen was de sfeer toch altijd wat gelaten en (niet onaangenaam) katerig. Het kamphuis moest schoon en fris, de cd-speler kon aan om de stilte te verdrijven en het dweil- en veegwerk kon beginnen.
Dit deuntje draaide volgens mij tijdens het schoonmaken van het kamphuis in Nunspeet in 1985 en is blijven plakken als ultiem vermoeid en passend  'the day after'-deuntje....
En vroeg of laat meldden zich een aantal irritante buitenstaanders die vervelend rondhingen aan de rand van je territorium als een stel aasgieren. De nieuwe leidingploeg was gearriveerd en stonden je weg te kijken. Stelletje eikels.

Het volgende (en laatste deel) is een soort eindopsomming van de kampen, compleet met de hoogte- en dieptepunten die ik me nog wil herinneren.

donderdag 24 november 2016

Kindervakantiekampen; deel 1; wat uitleg.


Het valt me op dat er praktisch nergens op het web iets te vinden valt over de Stichting Mens en Samenleving. Dat terwijl er honderden (en misschien wel duizenden) deelnemers en vrijwilligers zijn geweest die dit zouden moeten kennen. Of er foto's van hebben, of mooie herinneringen. Of nachtmerries.

Ik heb voor de SMS aan een stuk of acht van deze weken meegewerkt ergens tussen 1984 en 1990; het leiden van kindervakantiekampen is een "young man's game" (m/v); een uurtje of vijf slaap per nacht, geen privacy, elke avond soort van vergaderen (met biertjes) tot een uur of twee en 's ochtends om een uur of halfacht wakker worden en zorgen dat er een ontbijt klaarstaat.
De behuizing was een kamphuis (Nunspeet), een omgebouwde stal (Texel) of een tent (Ossenzijl, Austerlitz).

De kinderen waren over het algemeen van wat rijkere ouders die (ik denk) 250 gulden konden missen om hun grut zich een week te laten vermaken met een stuk of 25 leeftijdsgenoten en een man/vrouw of 7 aan leiding. En die leiding was ergens tussen de 18 en 40. En ik was dan weer één van die 'leiding'. Of 'leidingen' zoals we in de wandelgangen werden genoemd.

Ik werd enthousiast gemaakt door Roel die op zijn beurt enthousiast werd gemaakt over dit gebeuren door Harry.  Voor mij was het een manier om te ontsnappen aan de MTS-sferen en thuis was er niet veel te doen in de vakanties.
Qua school wel dat een carrière in de civiele techniek er voor mij niet in zat, maar ik nam me voor om op z'n minst het diploma te halen. En (niet helemaal onbelangrijk); misschien leerde ik er wel een meisje kennen. Niet dat ik wist wat ik met haar eventueel zou aanmoeten, maar het idee stond me wel aan.
Kamphuis De Heuvels
De eerste kennismaking was op het 'trainingsweekend' in het prachtige kamphuis (voormalig kindertehuis) 'De Heuvels' bij Nunspeet. Zo'n verblijf waarin je kan verdwalen; grote zalen beneden, een professionele keuken en slaapzalen boven. Het trainingsweekend was vooral een kennismaking met de sfeer; de organisatoren waren midden twintig tot halverwege de dertig en variërend van serieus pedagogisch onderlegd (geregeld de dames) tot getapt en studentikoos (toch wel vaak de mannen).

Ik kon me er wel in vinden, al snapte ik niet veel van de discussies die gingen over 'kamptijd', kinderen met heimwee, tandenpoets- en handenwascontroles.  Gelukkig konden we het later allemaal nalezen in de "Richtlijnen SMS" met hoofdstukken over het aansluiten van Butagas-flessen, de organisatie van een kamp, en 'konsekwent' bejegenen van kinderen.

Een grappige en verwarrende wereld ging voor me open, gelukkig was er naast de diepe ernst ook veel prettige humor gaande gelukkig wist ik van tevoren dat ik samen met Roelof in de leidingploeg zat, dus er zou ongetwijfeld de nodige jolijt uitbreken.

En zo kon het gebeuren dat ik in de laatste week van juli 1984 samen met Roel, coordinator Harry, Gea en Loes de leidingploeg vormde van kanokamp "Noordwijk IV"; een gemêleerde club kinderen, aardig weer, wiebelige kano's en momenten van hilariteit en schrik (en soms tegelijkertijd). Het begin van een serieuze vakantiebesteding voor de jaren die volgden.
Spot the melkmuil
Volgende keer meer over hoe zo'n week nou in elkaar stak, uit de hand lopende kampvuren, enge spookverhalen, muggen en kipkluifjes om drie uur.

zondag 25 september 2016

Naar de kerk! De vrome jaren.

Terugdenkend aan mijn kerkjaren is er één ding die me opviel; in die tijd had zowel in Vollenhove, Blokzijl als in Willemstad de Gereformeerde Gemeente steevast het saaiste kerkgebouw in het dorp.
De skyline van Vollenhove is vooral de Hervormde kerk, idem voor Blokzijl en nog maar te zwijgen over de centraal gelegen monumentale kerk van Willemstad met zijn rijke geschiedenis.
Hier gingen we dus niet heen.
Vanaf zo m'n zevende was het bijna wekelijks (op de Volkeraksluizen werkte men in ploegendienst, dus soms was het ook weekend- en nachtwerk) kerkwaarts.
Nette kleren aan, in de Kever of de Golf, moeders was thuis. In de vierde bank van achteren, bij binnenkomst rechts naar binnen schuifelen terwijl de organist zo zich lang mogelijk bezighield met vier akkoorden.
Unieke interieurfoto uit (zo te zien) de jaren '80; in 1973 werd het wat Spartaanse gereformeerde kerkje gemoderniseeerd met een baksteen-look, naturel banken en een gemêleerd vinyl-vloertje. Echt gezellig werd het nooit.
Ik volgde netjes de rituelen; wanneer op te staan, wanneer ga je zitten, wanneer krijg je een King, hoe loopt de melodie van de psalm.  Dat deden er meer en soms zaten tien man mis bij een onverwachte melodiewending.
Het begin van de preek was altijd een kort moment van ontspanning, mensen gingen even verzitten, het rolletje King ging rond.
Ik heb één keer mee mogen maken dat op dit moment er ineens toch een psalm werd ingezet en het geritsel van de rollen ruw werd onderbroken door het openingsakkoord van psalm 90 ('Gij zijt, O Heer van d'allervroegste jaren').
Het ritme van het ritueel had wel wat, vechtend tegen de verveling en een constante loopneus en soms kon ik de preek een heel eind volgen, voordat de Voorganger aan het eind van de preek abstracte en grote conclusies ging trekken.
Inhoudelijk viel er niet veel te snappen. Met een psalm als deze kon ik niet veel:

Wee mij, die rust en hulp moet derven,
In Mesech als een vreemd'ling zwerven,
En steeds in Kedars tenten wonen,
Bij mensen, die mij bitter honen!

Gevolgd door een vaak net zo raadselachtige schriftlezing:

Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen. Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?

In de regel bleef ik steken bij de eerste 'mammon', was dat een versie van de al eerder langsgekomen 'manna' en ging het hier over stukken brood? En wat kon er onrechtvaardig zijn aan stukken brood? Hoe zit dat met die eeuwige tenten? Staan die er nog steeds?
Gelukkig vond ik wat afleiding in mijn loopneus.

In die eerste vijf jaar deed ik mijn best; werd op de zondagen dat we niet naar Willemstad konden bijgespijkerd op de Zondagschool in de Blokhut en probeerde de Zonden op afstand te houden om zo niet in de Hel te hoeven komen.
Blokhut, vast geen foto van tijdens de Zondagschool, we zaten er wat netter bij. 
Thuis werd er bijbel gelezen, maar dit bleef dezelfde raadselachtigheid als elke schriftlezing. Af en toe waren er de actie-verhalen: Salomon's wijsheid, Simson's lange haar, Noach in de walvis, Daniel in de Leeuwenkuil. Maar net zo vaak waren er de gruwelverhalen of het ge-orakel. Er waren soms boeiende preken, maar meestal werd het gebed op school net zo snel afgeraffeld als dat wij het 'onzevaderdieindehemelenzijtuwnaamworde...'eruit konden gooien.

Tegen m'n 12e was de twijfel begonnen en de kerk zelf bezorgde de nekslag als het ging om een leven in vroomheid en het wand'len over het pad der wellevendheid.
Wordt vervolgd....



zondag 18 september 2016

School (deel 1)


Ik woonde tweehonderd meter van de Protestants Christelijke basisschool de Ruigenhil vandaan en presteerde het toch minstens een kwartier te vroeg rond te hangen bij het bouwsel van dukdalven naast het toegangshek. 
Ik was eerst nog een half jaar naar de oude "School Met Den Bijbel" aan de Stadsedijk, maar het nieuwe schoolgebouw zat al in de planning; een typisch jaren '70-gebouw met veel gele baksteen, sloffenzakken in de gang en een meester of juf met een scheidsrechtersfluit op het schoolplein. Bij het fluitsignaal netjes in rijen, twee aan twee, vaste volgorde en geen gepraat meer. 

Op school hing altijd een vreemde, autoritaire sfeer. Natuurlijk was er de het vrolijke gedoe op het plein en het enthousiasme wanneer de lessen leuk waren, maar er leek af en toe een schaduwzijde te zijn. 
De pijnigingen (plukje haar tussen haar vingers en dan een venijnig snokje naar boven) en het sarcasme van de juf van de eerste klas en de scherpe bazigheid van Meester 'Zure Zult' V. bepaalden voor mij de sfeer nogal. 
Een meisje dat (misschien in een combinatie van verstrooidheid en onoplettende ouders) per ongeluk op school verscheen in haar pyjama werd door de juf meegetroond naar het Hoofd Der School (Zult zelf) en daar ten overstaan van de zesde klas als rariteit tentoongesteld. Ondanks het vrome gezamenlijke gebed in de hal op maandag en de stichtelijke bijbelverhalen leek het erop alsof bij sommige leraren de wreedheid aanwezig bleef. 

Groot lichtpunt was de derde klas, waar ik verliefd werd op juf Van Den B. en ineens enorm goede cijfers haalde na de gemiddelde prestaties in de twee vorige jaren.  Ik vond haar prachtig ze speelde ook nog eens gitaar; een verademing na de belerende klank van de blokfluit.
Begin jaren '70; overgooiers en rechte ponies.
In de interne bibliotheek waren vooral de Grote Protestants-Christelijke Helden vertegenwoordigd; vooral de moraalstudies van W.G. Van Der Hulst en de stoerder verhalen van K. Norel qua leesvoer ruim beschikbaar. Meester Kooiman van de vijfde klas las voor uit "Hotse Hiddes"; men was enorm trots op de tijd waarin de Gereformeerde Geuzen en opnamen tegen het Spaans-Roomse bolwerk! Voor de meiden was er het populaire "Rozemarijntje", geloof ik. 
Vanaf de vijfde klas begon ik overigens alles wat met het andere geslacht te maken had te zien als iets buitenaards, vreemds en mogelijk gevaarlijks, dus ik hield me er verre van en specialiseerde me verder in stille liefdes. 
Vijfde klas; het jaar van Hotse Hiddes.

In de zesde klas verdwenen de laatste 'kinderspel'-momenten; hier en daar braken er halve verkeringen uit en er werd voorgesorteerd op de grote enge vervolg-scholen in steden ver weg (Fijnaart, Roosendaal). Om ons eraan te wennen werden we (geheel in stijl met de sfeer) als klas opgedeeld in drie 'subgroepen': de LTS/huishoudschool-club, de MAVO-fractie (ik zat daarin) en voorin het puikje en de elite: de aanstaande HAVO-ers! Ik vermoed een vondst van meneer Zult zelf. 
Ondanks die sfeer vond ik de laatste vakantie tussen de Ruigenhil en de MAVO een lastige; ineens was er iets met boeken kaften, geo-driehoeken, agenda's en de aanschaf van de varkensleren tas.

Het klopt geschiedkundig niet helemaal (eigenlijk is dit nummer uitgekomen ruim een jaar na het afzwaaien uit de Ruigenhil), maar de sfeer van dit nummer sluit naadloos aan bij het wat verweesde gevoel tussen De Oude School op loopafstand en de nieuwe school in dat vreemde Fijnaart.