Pagina's

zondag 25 september 2016

Naar de kerk! De vrome jaren.

Terugdenkend aan mijn kerkjaren is er één ding die me opviel; in die tijd had zowel in Vollenhove, Blokzijl als in Willemstad de Gereformeerde Gemeente steevast het saaiste kerkgebouw in het dorp.
De skyline van Vollenhove is vooral de Hervormde kerk, idem voor Blokzijl en nog maar te zwijgen over de centraal gelegen monumentale kerk van Willemstad met zijn rijke geschiedenis.
Hier gingen we dus niet heen.
Vanaf zo m'n zevende was het bijna wekelijks (op de Volkeraksluizen werkte men in ploegendienst, dus soms was het ook weekend- en nachtwerk) kerkwaarts.
Nette kleren aan, in de Kever of de Golf, moeders was thuis. In de vierde bank van achteren, bij binnenkomst rechts naar binnen schuifelen terwijl de organist zo zich lang mogelijk bezighield met vier akkoorden.
Unieke interieurfoto uit (zo te zien) de jaren '80; in 1973 werd het wat Spartaanse gereformeerde kerkje gemoderniseeerd met een baksteen-look, naturel banken en een gemêleerd vinyl-vloertje. Echt gezellig werd het nooit.
Ik volgde netjes de rituelen; wanneer op te staan, wanneer ga je zitten, wanneer krijg je een King, hoe loopt de melodie van de psalm.  Dat deden er meer en soms zaten tien man mis bij een onverwachte melodiewending.
Het begin van de preek was altijd een kort moment van ontspanning, mensen gingen even verzitten, het rolletje King ging rond.
Ik heb één keer mee mogen maken dat op dit moment er ineens toch een psalm werd ingezet en het geritsel van de rollen ruw werd onderbroken door het openingsakkoord van psalm 90 ('Gij zijt, O Heer van d'allervroegste jaren').
Het ritme van het ritueel had wel wat, vechtend tegen de verveling en een constante loopneus en soms kon ik de preek een heel eind volgen, voordat de Voorganger aan het eind van de preek abstracte en grote conclusies ging trekken.
Inhoudelijk viel er niet veel te snappen. Met een psalm als deze kon ik niet veel:

Wee mij, die rust en hulp moet derven,
In Mesech als een vreemd'ling zwerven,
En steeds in Kedars tenten wonen,
Bij mensen, die mij bitter honen!

Gevolgd door een vaak net zo raadselachtige schriftlezing:

Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen. Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?

In de regel bleef ik steken bij de eerste 'mammon', was dat een versie van de al eerder langsgekomen 'manna' en ging het hier over stukken brood? En wat kon er onrechtvaardig zijn aan stukken brood? Hoe zit dat met die eeuwige tenten? Staan die er nog steeds?
Gelukkig vond ik wat afleiding in mijn loopneus.

In die eerste vijf jaar deed ik mijn best; werd op de zondagen dat we niet naar Willemstad konden bijgespijkerd op de Zondagschool in de Blokhut en probeerde de Zonden op afstand te houden om zo niet in de Hel te hoeven komen.
Blokhut, vast geen foto van tijdens de Zondagschool, we zaten er wat netter bij. 
Thuis werd er bijbel gelezen, maar dit bleef dezelfde raadselachtigheid als elke schriftlezing. Af en toe waren er de actie-verhalen: Salomon's wijsheid, Simson's lange haar, Noach in de walvis, Daniel in de Leeuwenkuil. Maar net zo vaak waren er de gruwelverhalen of het ge-orakel. Er waren soms boeiende preken, maar meestal werd het gebed op school net zo snel afgeraffeld als dat wij het 'onzevaderdieindehemelenzijtuwnaamworde...'eruit konden gooien.

Tegen m'n 12e was de twijfel begonnen en de kerk zelf bezorgde de nekslag als het ging om een leven in vroomheid en het wand'len over het pad der wellevendheid.
Wordt vervolgd....



zondag 18 september 2016

School (deel 1)


Ik woonde tweehonderd meter van de Protestants Christelijke basisschool de Ruigenhil vandaan en presteerde het toch minstens een kwartier te vroeg rond te hangen bij het bouwsel van dukdalven naast het toegangshek. 
Ik was eerst nog een half jaar naar de oude "School Met Den Bijbel" aan de Stadsedijk, maar het nieuwe schoolgebouw zat al in de planning; een typisch jaren '70-gebouw met veel gele baksteen, sloffenzakken in de gang en een meester of juf met een scheidsrechtersfluit op het schoolplein. Bij het fluitsignaal netjes in rijen, twee aan twee, vaste volgorde en geen gepraat meer. 

Op school hing altijd een vreemde, autoritaire sfeer. Natuurlijk was er de het vrolijke gedoe op het plein en het enthousiasme wanneer de lessen leuk waren, maar er leek af en toe een schaduwzijde te zijn. 
De pijnigingen (plukje haar tussen haar vingers en dan een venijnig snokje naar boven) en het sarcasme van de juf van de eerste klas en de scherpe bazigheid van Meester 'Zure Zult' V. bepaalden voor mij de sfeer nogal. 
Een meisje dat (misschien in een combinatie van verstrooidheid en onoplettende ouders) per ongeluk op school verscheen in haar pyjama werd door de juf meegetroond naar het Hoofd Der School (Zult zelf) en daar ten overstaan van de zesde klas als rariteit tentoongesteld. Ondanks het vrome gezamenlijke gebed in de hal op maandag en de stichtelijke bijbelverhalen leek het erop alsof bij sommige leraren de wreedheid aanwezig bleef. 

Groot lichtpunt was de derde klas, waar ik verliefd werd op juf Van Den B. en ineens enorm goede cijfers haalde na de gemiddelde prestaties in de twee vorige jaren.  Ik vond haar prachtig ze speelde ook nog eens gitaar; een verademing na de belerende klank van de blokfluit.
Begin jaren '70; overgooiers en rechte ponies.
In de interne bibliotheek waren vooral de Grote Protestants-Christelijke Helden vertegenwoordigd; vooral de moraalstudies van W.G. Van Der Hulst en de stoerder verhalen van K. Norel qua leesvoer ruim beschikbaar. Meester Kooiman van de vijfde klas las voor uit "Hotse Hiddes"; men was enorm trots op de tijd waarin de Gereformeerde Geuzen en opnamen tegen het Spaans-Roomse bolwerk! Voor de meiden was er het populaire "Rozemarijntje", geloof ik. 
Vanaf de vijfde klas begon ik overigens alles wat met het andere geslacht te maken had te zien als iets buitenaards, vreemds en mogelijk gevaarlijks, dus ik hield me er verre van en specialiseerde me verder in stille liefdes. 
Vijfde klas; het jaar van Hotse Hiddes.

In de zesde klas verdwenen de laatste 'kinderspel'-momenten; hier en daar braken er halve verkeringen uit en er werd voorgesorteerd op de grote enge vervolg-scholen in steden ver weg (Fijnaart, Roosendaal). Om ons eraan te wennen werden we (geheel in stijl met de sfeer) als klas opgedeeld in drie 'subgroepen': de LTS/huishoudschool-club, de MAVO-fractie (ik zat daarin) en voorin het puikje en de elite: de aanstaande HAVO-ers! Ik vermoed een vondst van meneer Zult zelf. 
Ondanks die sfeer vond ik de laatste vakantie tussen de Ruigenhil en de MAVO een lastige; ineens was er iets met boeken kaften, geo-driehoeken, agenda's en de aanschaf van de varkensleren tas.

Het klopt geschiedkundig niet helemaal (eigenlijk is dit nummer uitgekomen ruim een jaar na het afzwaaien uit de Ruigenhil), maar de sfeer van dit nummer sluit naadloos aan bij het wat verweesde gevoel tussen De Oude School op loopafstand en de nieuwe school in dat vreemde Fijnaart.

dinsdag 13 september 2016

Helwijk deel I; wonen en werken

Helwijk ontstond in de loop der jaren rond het in 1811 gestichte Fort de Hel. Lange tijd was het evenwel niet meer dan een buurschap. Dit veranderde in 1954, toen de gemeente Willemstad hier een heus dorp begon te bouwen. De bedoeling van deze nieuwe kern op anderhalve km ten zuiden van het oude Willemstad was om uit te groeien tot de stad Oranjestad met ± 10.000 inwoners. Dit is echter nimmer gebeurd.
Wikipedia
Bij ons achter 't huis, rond 1980. Dat ding rechts is de waslijnpaal,  geen galg. 


Wij kwamen er eind 1967 wonen, ongeveer tegelijkertijd met veel andere gezinnen van nieuw aangenomen sluiswachters en aanverwant personeel die aan de slag konden op de Volkeraksluizen. 
Mijn vader was metaalbewerker en had hard gewerkt om zijn Waterstaatscursus-diploma te halen; de combinatie van het veilige ambtenaarschap en het van dichtbij meemaken van de binnenvaart was aanlokkelijk genoeg om vanuit Vollenhove te emigreren naar het verre Helwijk. 
Voor een echtpaar met een manneke van een jaar of drie en zwanger van de tweede was het een hele onderneming; mijn moeder was niet vaak verder geweest dan Zwolle en mijn vader was ook iemand bij wie het leven (ouderlijk huis, werk, verloofd en getrouwd) zich grotendeels afspeelde binnen een omtrek van een kilometer of acht. Ze lieten hun ouders en een groot deel van de familie achter.
Wat straten, de speeltuin, een Sperwer (later 4=6) supermarktje voor het brood, tomaten en Mantano (zonder filter), een BP en een weegbrug en dat was het wel zo'n beetje. 


En honderden kinderen die, als het even kon, vooral buiten waren. Op zaterdagmiddag en woensdagmiddag was er anderhalf uur televisie dus er waren weinig andere opties dan je vertier elders zoeken. En op zondag moest het Goed netjes blijven, dus dat was voor ons de Grote Verveeldag.

Twee trapveldjes bij de Emmastraat waren een vaste plaats van vertier. Twee jassen als doelpalen en met z'n vieren, zessen of achten aan de slag.  We namen altijd de voorste veld; bij de achterste woonde een man die enorm kwaad werd als er een bal in z'n geraniums verzeild raakte. 
Voor ons huis, midden jaren '70. Vlnr. Bert, naam vergeten (neefje van Jolanda?), Jolanda en ik. Ik weet niet waarom ik zo raar kijk. Zo te zien heeft Bert voor zijn verjaardag een Zorro-kostuum gekregen en een plastic middeleeuws zwaard.


Op rustige zomeravonden kon ik het geluid van een brommer op de Helsedijk nog een hele tijd volgen. In augustus werd langs de dijk het loof van de zilveruien gebrand; een techniek die nu niet meer bestaat, maar wel fantastisch rook. 
Vanuit mijn slaapkamer kon ik flink wat achtertuinen zien en 's zomers kon ik lang kijken en luister naar het gekeuvel en het maaien van de gazonnetjes. De afscheiding tussen de percenlen was altijd je standaard ligusterheg. De sluizen deden altijd op de achtergrond mee; op stille nachten kon je de diepe brom van de motoren bijna voelen en ik werd vaak prettig halfwakker van de misthoorns 






Later ging ik af en toe bij m'n vader op bezoek wanneer hij aan het werk was op de Sluis; op de altijd drukke Centrale Post met de geheimzinnige Teleschrijver die geheimzinnige teksten reproduceerde die vanuit de verre posten Noord en Zuid werd opgeschreven ("Zagri 13, 73 X 7,60") en waarmee in de Centrale Post werd berekend welke schepen mee konden met de schutting en welke nog even moesten wachten. 
Ik vond het allemaal verbijsterend en indrukwekkend. 


In het volgende deel meer over de plichtplegingen; school! 

BewarenBewarenBewarenBewaren
BewarenBewaren

vrijdag 31 augustus 2012

Tijd vliegt; een geinige marktplaatsbelevenis..

Ik ben nog van de generatie van de stripbladen; m'n eerste abonnement was die op de Sjors (35 cent). Sommige strips waren briljant, andere paginavulling en na drie jaar kwam ik er achter dat de Pep veel grappiger en scherper was met meer strips van Nederlandse bodem en zelfs aandacht voor de popsterren van die tijd.

Het loste zichzelf op toen de Sjors en de Pep door de toen al wat krimpende markt samen gingen tot het stripweekblad Eppo. In één van de eerste nummers was er een prijsvraag die ik zowaar won en werd de trotse bezitter van een knaloranje portable Indesit tv'tje die het nu goed zou doen in een retro-winkel maar na een kleine drie jaar uit zichzelf de geest gaf.
Eppo zelf

Het blad zelf was een beetje wisselend; veel ex-Pep-leden beklaagden zich over de kinderachtigheid, al heb ik enorm gelachen om de meesterlijke De Generaal en de laatste avonturen van Asterix.


Afgelopen week was ik wat aan het rondkijken op Marktplaats en kwam een grappige Braun klok tegen. Schijnbaar een beroemd design uit eind jaren '70; ik vind 'm mooi, maar ben geen verzamelaar dus ik bood 25 piek.
de klok in kwestie..

Ik was verbaasd dat een uurtje later mijn bescheiden bod was geaccepteerd en de verbazing zette zich nog even voort toen ik naar de ondertekening keek....Uco van Egmond!
Tussen alle onnuttige feiten en cijfers die in m'n brein rondhangen had ik een halve seconde door dat dit de tekenaar moest zijn van de strip Eppo die in het gelijknamig blad stond!
Dus van het één kwam het ander...

maandag 16 april 2012

Het genie van Tati (deel 1; Jour de Fête)


Het moet minstens 25 jaar geleden zijn geweest dat ik voor het eerst een Tati-film zag.
De film werd breeduit aangekondigd, ik vermoed dat het op de VPRO was. Het was in zwart-wit, er werd nauwelijks in gesproken en heel af en toe was er een ingekleurd object te zien.
Na tien minuten dreigde ik af te haken; er zat totaal geen tempo in; er kwam een kermis in een Frans plattelands-dorpje. Veel meer leek er niet te gebeuren.
Maar gaandeweg kreeg ik steeds meer het gevoel de film te 'snappen'. Het verhaal is simpel (en bijna irrelevant in Tati-films); een onhandige en rommelige postbode besluit na het zien van een film over de Amerikaanse posterijen veel efficienter en sneller te gaan werken.

Onderstaande scene illustreert de sfeer en de actie het beste; er is veel slapstick gaande, maar altijd van een afstand gefilmd; er is bijna meer aandacht voor de oude, rustige straatjes en het mooie platteland dan voor de arme postbode François die z'n fiets achtervolgt. Je ziet zelden een close-up van een gezicht als reactie op gebeurtenissen.
Verder zijn er altijd de geluiden die erg aanwezig zijn zoals het nerveuze belletje op de fiets. Verderop in de film hoef je alleen het gerinkel maar te horen en je weet dat François zometeen in beeld zal komen.
In voorbereiding van deze bijdrage las ik in een andere blog dat het script 'rommelig' was. Ik vermoed het tegendeel. Tati was een perfectionist die over elk shot en elk geluid nadacht en juist met een minimum aan 'verhaal' zoveel mogelijk wilde vertellen.

Een aanrader dus! Voor de prijs van een DVD (en zelfs minder dan dat; ik zag net dat de film in z'n geheel op Youtube staat:  de link!) ben je voor 75 minuten de bezoeker van een Frans dorpje!