Wikipedia
Wij kwamen er eind 1967 wonen, ongeveer tegelijkertijd met veel andere gezinnen van nieuw aangenomen sluiswachters en aanverwant personeel die aan de slag konden op de Volkeraksluizen.
Mijn vader was metaalbewerker en had hard gewerkt om zijn Waterstaatscursus-diploma te halen; de combinatie van het veilige ambtenaarschap en het van dichtbij meemaken van de binnenvaart was aanlokkelijk genoeg om vanuit Vollenhove te emigreren naar het verre Helwijk.
Voor een echtpaar met een manneke van een jaar of drie en zwanger van de tweede was het een hele onderneming; mijn moeder was niet vaak verder geweest dan Zwolle en mijn vader was ook iemand bij wie het leven (ouderlijk huis, werk, verloofd en getrouwd) zich grotendeels afspeelde binnen een omtrek van een kilometer of acht. Ze lieten hun ouders en een groot deel van de familie achter.
Wat straten, de speeltuin, een Sperwer (later 4=6) supermarktje voor het brood, tomaten en Mantano (zonder filter), een BP en een weegbrug en dat was het wel zo'n beetje.
En honderden kinderen die, als het even kon, vooral buiten waren. Op zaterdagmiddag en woensdagmiddag was er anderhalf uur televisie dus er waren weinig andere opties dan je vertier elders zoeken. En op zondag moest het Goed netjes blijven, dus dat was voor ons de Grote Verveeldag.
Twee trapveldjes bij de Emmastraat waren een vaste plaats van vertier. Twee jassen als doelpalen en met z'n vieren, zessen of achten aan de slag. We namen altijd de voorste veld; bij de achterste woonde een man die enorm kwaad werd als er een bal in z'n geraniums verzeild raakte.
Op rustige zomeravonden kon ik het geluid van een brommer op de Helsedijk nog een hele tijd volgen. In augustus werd langs de dijk het loof van de zilveruien gebrand; een techniek die nu niet meer bestaat, maar wel fantastisch rook.
Vanuit mijn slaapkamer kon ik flink wat achtertuinen zien en 's zomers kon ik lang kijken en luister naar het gekeuvel en het maaien van de gazonnetjes. De afscheiding tussen de percenlen was altijd je standaard ligusterheg. De sluizen deden altijd op de achtergrond mee; op stille nachten kon je de diepe brom van de motoren bijna voelen en ik werd vaak prettig halfwakker van de misthoorns
Later ging ik af en toe bij m'n vader op bezoek wanneer hij aan het
werk was op de Sluis; op de altijd drukke Centrale Post met de
geheimzinnige Teleschrijver die geheimzinnige teksten reproduceerde die
vanuit de verre posten Noord en Zuid werd opgeschreven ("Zagri 13, 73 X
7,60") en waarmee in de Centrale Post werd berekend welke schepen mee
konden met de schutting en welke nog even moesten wachten.
Ik vond het allemaal verbijsterend en indrukwekkend.
Ik vond het allemaal verbijsterend en indrukwekkend.
In het volgende deel meer over de plichtplegingen; school!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten