Pagina's

maandag 16 april 2012

Het genie van Tati (deel 1; Jour de Fête)


Het moet minstens 25 jaar geleden zijn geweest dat ik voor het eerst een Tati-film zag.
De film werd breeduit aangekondigd, ik vermoed dat het op de VPRO was. Het was in zwart-wit, er werd nauwelijks in gesproken en heel af en toe was er een ingekleurd object te zien.
Na tien minuten dreigde ik af te haken; er zat totaal geen tempo in; er kwam een kermis in een Frans plattelands-dorpje. Veel meer leek er niet te gebeuren.
Maar gaandeweg kreeg ik steeds meer het gevoel de film te 'snappen'. Het verhaal is simpel (en bijna irrelevant in Tati-films); een onhandige en rommelige postbode besluit na het zien van een film over de Amerikaanse posterijen veel efficienter en sneller te gaan werken.

Onderstaande scene illustreert de sfeer en de actie het beste; er is veel slapstick gaande, maar altijd van een afstand gefilmd; er is bijna meer aandacht voor de oude, rustige straatjes en het mooie platteland dan voor de arme postbode François die z'n fiets achtervolgt. Je ziet zelden een close-up van een gezicht als reactie op gebeurtenissen.
Verder zijn er altijd de geluiden die erg aanwezig zijn zoals het nerveuze belletje op de fiets. Verderop in de film hoef je alleen het gerinkel maar te horen en je weet dat François zometeen in beeld zal komen.
In voorbereiding van deze bijdrage las ik in een andere blog dat het script 'rommelig' was. Ik vermoed het tegendeel. Tati was een perfectionist die over elk shot en elk geluid nadacht en juist met een minimum aan 'verhaal' zoveel mogelijk wilde vertellen.

Een aanrader dus! Voor de prijs van een DVD (en zelfs minder dan dat; ik zag net dat de film in z'n geheel op Youtube staat:  de link!) ben je voor 75 minuten de bezoeker van een Frans dorpje!

zondag 1 april 2012

Zonde van de tijd; de aardappel

Ik krijg vast een bezoekje van wat ingehuurde medewerkers van de LTO, maar het lijkt me een goed moment om te melden dat er geen goede reden is om aardappels te eten.
Bintje
De aardappel is populair geworden in een tijd waarin driekwart van het eten uit de grond moest komen en minstens anderhalf uur genadeloos tot pulp gekookt. Misschien dat er in de negentiende eeuw een vermoeden van smaak aan zat, door vernuftige rasselectie hebben ze dat er zorgvuldig uit gekweekt.
Een kleine kudde eigenheimers


Ik kén aardappel-liefhebbers die zich verbazen over m'n afkeer van dit oerhollandsch stukje tafelbeleving en ik word bestookt met argumenten als:
  1. Ze smaken zo lekker! Wat ongetwijfeld de reden is waarom de liefhebber in kwestie de aardappel drenkt in roomboter, bestrooit met Aromat en Maggi, zout, genadeloos kapotprakt en verdrinkt in ladingen jus. Vooral de kruimige aardappel is geliefd wegens z'n grote absorptievermogen; het is een excuus om per portie aardappelen een halve liter jus te eten. Een klein wonder dat men nog niet geprobeerd heeft een aardappel te kruisen met een spons!(*!)
  2. Ze zijn veelzijdig! Behalve dat ze sowieso minstens twintig minuten moeten worden blootgesteld aan kokend water en/of tien minuten aan kokend olie of vet. Rauw of beetgaar kun je wel vergeten. Maar eenmaal geprepareerd kan kun je er inderdaad verschillende vormpjes van snijden, zoals frites, die prima geschikt zijn om mayo, pindasaus of curry mee te scheppen.
  3. Dan heb je de Opperdoes niet geproefd! De Opperdoezer ronde is een poging om de aardappel een Luxe stukje produkt-ervaring te maken, compleet met tradities die vier jaar geleden bedacht zijn door Albert Heijn. Eerlijkgezegd kan ik qua smaak voor dit argument wel wat voelen, maar er moet nog nog méér een Unox-nieuwjaarsduik-sfeer omheen ontstaan!
 Om niet alleen maar te mopperen dan maar even m'n favoriet:

*Patent aangevraagd!

vrijdag 30 maart 2012

Dienstmededeling!

In deze blog vroeg ik me af en toe af of ik in de muziek-bijdrages niet teveel in de materie dook om boeiend te blijven; op m'n nieuwe blogstek kan ik m'n eigen associaties en enthousiasme over muziek helemaal botvieren! Vandaar dat het hier wat stiller was dan normaal....

Bij de twintigste bijdrage ga ik e.e.a. meer promoten, maar een preview van de werk in uitvoering is hier te vinden!


zondag 11 maart 2012

Van Kooten & de Bie, maar dan de filmversie!


De afgelopen weken had ik wat revival-momenten na de mooie documantaire-serie van de VPRO over het beste komische tv-team aller tijden; van Kooten en De Bie. Nu vond ik hun 'kortebaanwerk' al meesterlijk; pal achter het journaal de actualiteiten doornemen met allerlei typetjes, maar ik maakte nu kennis met de langere films De Renner en Stichting Morekop. Niet ''instant grappig'' zoals Drs. Clavan of Neerlandicus E.I. Kipping, maar wel gevoeliger en met meer dramatiek!
Toen schoten me wat films te binnen die op dezelfde leest lijken geschoeid; de bekendste daarvan is; Spinal Tap!
De vorm is hetzelfde; Spinal tap is een "Mockumentary" over de hardrockband Spinal Tap die in de jaren '60 werd opgericht en in de vroege jaren '80 zoekend is naar z'n identiteit nadat bandleiders Nigel Tufnel (gespeeld door Michael McKean) David St. Hubbins (Christopher Guest) na een ruzie ieder zijns weegs gaan. Alle acteurs zijn zich (net als in een documantaire) bewust van de aanwezigheid van de camera en daardoor speelt gêne (van de hoofdrolspeler zelf als er iets misloopt of plaatsvervangende) een grote rol!
Een bekend voorbeeld is deze waarbij de band opgepept zich een weg baant naar het podium!
Helaas heeft Rob Reiner hierna geen "Mockumentary" meer gemaakt, maar gelukkig heeft Christopher Guest het stokje overgenomen met het fraaie Best In Show (over de manie van Hondenliefhebbers):
 En het verrassend gevoelige (maar ook hilarische) A Mighty Wind!
Vooral "A Mighty Wind" is een fraaie variant op "Spinal Tap", waarin de heimwee naar oude muziek (ik weet er alles van) op de hak wordt genomen. Nog als extra het slotnummer van het finalconcert waarin we (vermomd als de Folksmen) ineens weer de acteurs van Spinal Tap ontwaren!

P.S.: ik ben met een tweede blog begonnen, puur gericht op precieze en uitgebreidere muziekrecencies, dan hou ik deze blog lekker algemeen en rommelig!

donderdag 23 februari 2012

Lekker dansen op feestjes

Ik had laatst zin om een Youtube-filmpje te plaatsen van The Letter van de Box Tops,  dus dan zit je algauw in een erg divers aanbod. Uit die bonte collectie dook deze op:

Ik vermoed dat dit uit een muziekprogramma komt uit 1967 toen de Box Tops zelf niet beschikbaar waren. Plaatje werd opgezet, enthousiaste publiek dansvloer op, fijn swingen, de voetjes van de vloer, enzovoorts.
Zo te zien was het toen vooral de mode om al dansend een soort schijnbewegingen te maken.

Ik werd bij het bekijken even overvallen door hetzelfde gevoel van gêne en vluchtdrang uit lijfsbehoud dat ik ken wanneer iemand tijdens een gewoon gezellig feestje roept;
1) "...zullen we ergens heengaan waar we lekker kunnen swingen" of
2)"...we hadden hier toch muziek? Laten we het lekker hard zetten, dan valt er wat te dansen!"

Of zoiets, meestal ben ik geestelijk al weggevlucht en afgehaakt voordat diegene met dat briljante idee is uitgesproken.
Het betekent namelijk dat het verbale deel van het feest voorbij is. En voor mij eigenlijk helemaal en sowieso. Waar had ik m'n jas ook alweer gelaten?
Je kan in elkaars oren gaan zitten schreeuwen bij die loeiharde muziek, maar dat echt gezellig wordt dat nooit meer. Bovendien is het vaak maar gokken wat de ander zegt en dat gaat over en weer dus dat levert alleen maar verwarring op.

Er is maar één ding erger: dat degenen die zich op de dansvloer kostelijk vermaken (zie filmpje) mij gaan uitnodigen om erbij te komen. Misschien denken ze dat ik dat leuk vind. Ze hebben geen idee.
Ik ben dol op muziek, heb een tamelijk goed ritmegevoel, maar motorisch is het niks, dus ik verkeer dan (als het me niet gelukt is weg te vluchten) vooral in een soort out of body-experience waarin ik iets houterigs en onhandigs in de maat probeer te doen.
Drie keer niks, dus!

Mijn enige hoop voor bekering is ooit 'ns een rave met de juiste soort van chemische stimulantia zodat ik de volgende ochtend er op de oversteekplaats zo bij sta: