Pagina's

woensdag 22 juni 2011

Boze mannen van in de veertig in de politiek!

Het land wordt geregeerd door mijn generatie. 
Mark Rutte is van februari '67, Geert Wilders van september '63, Hero Brinkman van december '64, Jan Kees de Jager komt uit 1969. Enzovoorts.
Ik heb het dus niet over de beroepsbestuurders die vaak een slag ouder zijn. Dat zijn de 'geboren ministers' zoals Opstelten en de Moeder van alle Ministers: Piet Hein Donner (1948).
Boze Man I (1963)
Laat ik voorop stellen dat de meeste mannen van tussen de veertig en vijftig aardig zijn. Sommige van mijn beste vrienden zitten in die leeftijdscatagorie! 

Maar aan de andere kant: niemand kan zo rancuneus zijn als iemand van in de veertig. 
En de combinatie met politieke ambities maakt het er niet beter op. Daarbij komt nog de stijlbreuk die indertijd tot stand kwam door de LPF. 
Getergde oud-ambtenaren en verveelde miljonairs kwamen door een rare samenloop van omstandigheden ineens in de buurt van de macht. 
Ze waren eerst verplicht en beroepsmatig boos op "Paars" en de termen "de kogel kwam van Links" en "demoniseren"vlogen de verschrikte kiezer om de oren.
 Toen ze aan de macht kwamen gebeurde er iets geks; ze begonnen elkáár aan te vallen en het is ze gelukt om in zes jaar van 26 zetels naar een roemloze opheffing af te bouwen. 
Ach, wie kent ze nog, Hilbrand Nawijn, Herman Heinsbroek en natuurlijk Mat Herben! Namen van vroeger. 
Boze Man II (1965)
Maar: ze gaven ruimte aan een nieuwe 'stijl' in de politiek: de Onbehouwen Hork. 
Dat is in de regel dus sinds een paar jaar een man van rond de 45, volstrekt humorloos en een doelbewust klein pakket aan argumenten die eindeloos worden doorgedramd.
Want alteveel kennis van zaken is algauw verdacht; het confronteert de Bozige Veertiger (laat ik 'm B.V.-er noemen) misschien teveel met z'n eigen beperkingen en lokt algauw uit dat de B.V.-er de ander gaat indelen tot de 'elite'. 


Wilders mag graag graven in zijn Woordenboek van de Koude Oorlog; het voordeel van onze generatie is namelijk dat we de Koude Oorlog hebben meegemaakt. 
Dus ineens wordt 'links' vereenzelvigd met het "Politburo", de media "Staatsradio"of "Staatstelevisie". Rotterdam heet als het uitkomt het "Kremlin aan de Maas". Overdrijven en half liegen zijn een pré; op een bepaald moment kun je het vocabulaire van de B.V.-er wel dromen.
Gekrenkt Tiep (1964)
Alarmerend genoeg zijn de beperkte debattechnieken en de hele en halve leugens niet het ergste. 
B.V-ers hebben een goed geheugen, redelijk zelfverzekerd, maar ook erg snel aangebrand. 
In combinatie met een kort lontje spelen ze het vervolgens enorm op de persoon. 
Hadden ze tot een paar jaar geleden het nog over 'demoniseren' als het over de linkerflank ging, de rollen zijn nu omgedraaid en zodra een lid van Linkse Elite zich al in een debat mengen merk je al dat de adrenaline door de aderen kolkt. Verbeten koppen alom.


Gevoed door rancune vallen ze alles aan wat ze niet zint. Dat een opvallend groot deel van de PVV-fractie een strafblad heeft danwel blijkbaar een kwaadaardige dronk heeft is geen toeval; de frustratietolerantie is erg laag.


Erg genoeg merk ik het bij mezelf ook ik maak ik opvallend vaak politici uit voor alles wat los en vast zit. Vooral sinds oktober vorig jaar is het helemaal mis; geen minister kan op tv komen of ik zit alweer te briesen. 
Wie weet hebben ze het beste met het land voor, maar in mijn visie willen ze het land volledig asfalteren, 130 rijden, megastallen bouwen en dure straaljagers kopen, ten koste van cultuur, omroep, natuur en de gezondheidszorg. 
Ik probeer dan maar uitzendingen van Den Haag Vandaag (heet dat nog zo?) te vermijden en zit deze vier jaar maar uit, want met Donner in de gelederen blijven ze zitten tot het licht uitgaat! 


(Naschrift: ik lees net het volgende bericht over Ronald Sørensen (Eerstekamer-PVV-er) : "Sørensen liet op de website van Leefbaar Rotterdam een reactie achter op het beleid van PvdA-wethouder Jantine Kriens: 'Als Kriens mijn kat was, zou ik tegen de dierenarts zeggen: haal haar uit haar lijden'.") 
Raar want Sørensen is van 1947! 
Jong van hart, zullen we maar zeggen. 
Hufter van de dag (1947, maar erg vitaal!)




Was Jan Peter er nog maar!

zondag 15 mei 2011

Jeugdsentimentvondst!

Het internet lijkt af en toe op een rommelmarkt. Meestal schuim je er rond en vind je niks (ook al omdat je niks gericht zoékt ook). En meestal beland ik op sites waar ik elpees zou kunnen bestellen. Of op een andere manier teveel geld uit kan geven.

Dit keer was ik weer op zoek naar wat deuntjes uit de onvolprezen Ko de Boswachtershow. Niet de latere t.v.-versie, maar het radioprogramma waar ik zo rond m'n 12de geregeld op de klokradio op m'n kamer naar luisterde. Geestig gemaakt en met de Magie van Radio; je waande je in de wat rommelige blokhut van Ko. Ik kende in ieder geval de begintune, die grotendeels hetzelfde is als het latere t.v-programma:
De Houthakkers: Kanarietje
Het is dus een soort van 'huisband' geweest, "De Houthakkers" die deze muziekjes maakten. Ik ken hun namen niet, dus ik vermoed wat sessie-musici en hier en daar een bekendere zanger of zangeres. Op hun site kwam het antwoord waarom deze muziekjes niet op plaat op c.d. was verschenen; gedonder over auteursrechten. Zonde!
Eén deuntje was me erg en die stond bij de gratis te beluisteren mp3-clips; het feest der herkenning!

zaterdag 23 april 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 3: country!

En dan bedoel ik niet van die coole Americana of country-rock, maar echte hilbilly-muziek die ofwel handelt over dood, drank en verderf danwel de romantiek van het leven op de boerderij/weg/ in de kolenmijn.
De eerste echte klanken in dit genre die me bijstaan is de banjo in het themaliedje van de Beverly Hillbillies! Ik heb geen idee hoelang de toen al prehistorische serie op de Nederlandse buis speelde, maar de titelsong maakte een diepe indruk op me! M'n tante was dol op de zoetgevooisde Jim Reeves, die zelfs ik nogal braaf vond. Zo'n eikenhouten bariton...

Indertijd (de vroege jaren '70) waren er meer echte country-hits. Tammy Wynette zong nogal zielige liedjes (over S.C.H.E.I.D.I.N.G. en dat je bij je Man moest Staan) en je had van Vaderlandse bodem The Tumbleweeds. En later Pussycat met die gietijzeren stem van Toni Wille.
Maar ik vond "Rhinestone Cowboy" van Glen Campbell toch het echte werk. In country moet het nou eenmaal over cowboys gaan en de clip was me uit het hart gegrepen!
Verder hadden m'n ouders wat country-platen met Chet Atkins en een K-Tel elpee met A Boy Named Sue van Johnny Cash en Three Wheels On My Wagon van the New Christy Minstrels.

Mijn smaak veranderde en country leek een beetje af te dwalen naar (zo mogelijk) nog kitscherige muziek; onze wegen scheidden!

En toch ook weer niet. Pas na tijdje ontdekte ik dat onder dat 'jazz'-laagje Pat Metheny vaak eigenlijk country-muziek maakt! En dat is precies de reden dat ik Pat Metheny waardeer; hij is soms uitgesproken 'romantisch' en 'mooi'; geen dingen die je dagelijks in de jazz tegenkomt!

En ik ben alweer een tijd dol op Bluegrass! Vaak mannen op een rijtje met een keur aan snaarinstrumenten die elkaar met solo's de loef afsteken. (We zijn weer terug bij de tune van de Beverly Hillbillies!). Maar er zijn artiesten die het met wat schaafwerk er nieuwe dimensies aan geven. Hier geven Alison Krauss en Union Station hun eigen draai aan een soulklassieker!
Mijn zwak voor de banjo is gebleven; voor de één is het een lawaaiig instrument, maar juist door die percussieve toon en de manier van tokkelen geeft het een mooie 'drive' aan de muziek. 
De huidige grootmeester is Bela Fleck die met muzikanten uit Mali, India en Spanje albums heeft gemaakt, met de Flecktones Jazzrock produceert en laatst een Bach-cd heeft afgeleverd. Dat laatste hoeft van mij weer niet zo: hier een voorbeeld van een recept die geheel op smaak is: Bluegrass-de-luxe!

Met deze deel 3 eindig ik (voorlopig) deze serie.
En wat zou de conclusie kunnen zijn? 
Ik denk zelf dat "Uncoole" muziek niet bestaat. In elke soort en stroming zijn er artiesten die gepassioneerd proberen hun talent te gebruiken elke keer iets mooiers te maken.  

Vragen? Opmerkingen? Ik hoor het graag! :)

vrijdag 25 maart 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 2: gladde jongens (m/v) en Yacht Rock!

Eerst maar een voorbeeld, dan valt er meteen iets te beluisteren bij het lezen!
"Dance With Me" van "Orleans" is een uitstekend voorbeeld van een recent uitgevonden genre in de populaire muziek: Yacht Rock. Deze muzieksoort is:
  1. Goedgemaakt; goeie muzikanten en productie.
  2. Niet origineel. "Orleans" klinkt als een mooie compromis tussen de Eagles en Boston. De groep bestaat voor driekwart uit de broertjes Hoppen die nog steeds geregeld een plaat maken.
  3. Meestal Amerikaans. 
  4. Meestal gemaakt door "one-hit-wonders".
  5. In de regel uit het midden van de jaren '70 en het begin van de jaren '80.
Veel Yacht Rock-bands hebben dan ook de volledige klap op moeten vangen van Punk en New Wave die qua productiekwaliteit de klok zo'n vijftien jaar terug draaiden en even was er totaal geen plek meer voor meerstemmige zang, subtiele gitaren en vernuftige baslijnen!

Mijn voorliefde voor dit soort muziek komt door het grijsdraaien van "Bridge Over Troubled Water" van Simon en Garfunkel. Ik denk dat dat nog steeds een van de mooist-klinkende platen aller tijden is; een mooie mix van pedal steel-geluiden en gitaren in The Boxer en een prachtig "Simon & Garfunkel"-koor in The Only Living Boy In New York!
Dit alles uit een tijd waarin producers (in dit geval Roy Halee) platen maakten die fijn waren om te beluisteren; een mooie balans tussen muziek en zang.
Ik dwaal wat af...

...en ga een stapje verder.
Ik luister er lang niet dagelijks naar, maar ik hoor dit liever dan de meeste werken van The Smiths of eigenlijk alles van New Order! En: het is goedgemaakte muziek: er is geen Autotune gebruikt, de instrumenten worden met vaardigheid bespeeld en het is een deuntje met kop en staart! Zodra dit op de autoradio klinkt gaat-ie harder en zing ik anderhalve octaaf lager enthousiast mee!

zondag 20 februari 2011

Mijn favoriete "Uncoole" muziek: deel 1: muziek met humor.

Het ging voorgoed mis in de jaren '80, denk ik.
Synth pop met veel stuurs kijkende mensen achter een keyboard. Met gitaren kun je nog over het podium stormen of windmolens imiteren, maar achter een keyboard is ritmisch schokschouderen en broeierig in de camera staren het hoogst haalbare. Inmiddels was ik al redelijk bekend met de fraaie verzameling liedjes van de Beatles en humor, luchtigheid en zelfs uitgelaten muziek kon ik erg goed volgen!
Die lachebekjes van Yazoo!
Nou vond ik niet alle 'serieuze' muziek slecht; het was in de vroege jaren '80 alleen zo dat je of een grote hoeveelheden Serieuze Klanken moest verdragen of bloot werd gesteld aan Vogeltjesdansen en Marsipulami's. Er zat veel te weinig tussenin!
Ook waren er fraaie video's met veel gedragen symboliek (Vienna!) of mensen die door een felverlichte Luxaflex gluurden.
Alleen werd het me al snel duidelijk dat je met muziek met teveel aan majeur-akkoorden, vrolijke zang en teksten niet veel mede-liefhebbers trof.
Laat staan als het om grappige muziek ging!
En dan bedoel ik niet de onbedoeld grappige muziek-combo's die met kleurige pakken en keyboards-met-ritmebox op veel feestjes het podium bezet houden. En elke conversatie onmogelijk maken. En zeker niet het 'muzikale' werk van Bassie en Adriaan.
Van Duin:bij ons geregeld op tv!
Daarvoor had ik, denk iknet als de veel generatiegenoten, een flinke tik meegekregen van de waanzin van André van Duin. Ik bedoel niet eens zozeer z'n makkelijke Carnavalskrakers over bloemkolen of Eskimo, maar de gekkigheid van de Zenuwpees en het absurde Onzichtbare André. Vooral zijn hits van '72 tot '75 zijn van eenzame klasse: goed gespeeld en met veel pret gespeeld en gezongen.

Snel een voorbeeld, anders wordt het teveel tekst!

Toen ik deze plaat aanschafte ("Nick Lowe and His Cowboy Outfit", die titel beloofde al wat) stond het al aardig in contrast met "Against All Odds" of  "Hello" die in die tijd erg hoog scoorden. Zie? Vrolijkheid alom, het orgeltje is bijna op zichzelf al glimlachopwekkend!
Ook komieken als Hugh Laurie die muzikaal onderlegd zijn kan ik enorm bewonderen. Muziek is an sich voor veel muzikanten en toeschouwers natuurlijk een serieuze aangelegenheid (uren studie, dure kaartjes), maar juist die ernstigheid laat zich zo fijn persifleren!
Hier neemt Bill Bailey de wereld van de Progrock (de meest serieuze muzieksoort aller tijden®) op de hak:


Afsluitend een goeie rock-satire door het duo Tenacious D! Voor het geval iemand denkt dat alleen Engelse muzikanten dit vak beheersen!


Verdere luistertips: Mike Boddé, Madness, Squeeze, Spinal Tap, The Kinks, Victor Borge en juist níks van Hans Liberg!
Volgende keer: deel 2: gladde muziek alias Yacht Rock!