Pagina's

vrijdag 30 december 2011

Calvin en Hobbes: de beste cartoon aller tijden!

Alweer meer dan tien jaar geleden stopte Bill Watterson na vijftien jaar met zijn prachtige serie "Calvin & Hobbes"; hij beleefde er geen plezier meer aan en besloot wat anders te gaan doen. Deels enorm zonde, maar hij laat wel een prachtig oeuvre na. Dat scheelt dan wel.
De eerste cartoons waren simpel in opbouw: eigenwijze driftkop Calvin beleeft allerlei avonturen met zijn tijger Hobbes die alleen tot leven komt in de fantasie van Calvin zelf...
In de loop van de jaren verrijkte Wattersons tekenstijl, werden de thema's af en toe breder (en geregeld triest en ontroerend) en Calvins fantasiewereld af en toe erg bizar!
Het merendeel van de strips bestaat uit dialogen tussen Calvin en Hobbes; tijdens ziedende afdelingen op de slee zijn het meestal filosofische discussies, wedstrijdjes tussen de twee ontaarden meestal in ruzie over de regels. 
Eén van de leukste running gags is Calvin's provocerende en gruwelijke 'snow art'; zodra er een goeie laag sneeuw verrijzen er in de voortuin van de familie allerlei tableaus, geregeld tot ergernis en schrik van zijn ouders...




En speciaal eentje voor oud en nieuw:


PS: Ik zag een dag later pas dat in de vorige versie de afbeelding niet dóórkwamen, hopelijk deze wél! 




vrijdag 9 december 2011

Een nieuw licht op oude helden

Als je zo'n 35 jaar naar Beatles-platen luistert zijn er heel wat nummers die in je hoofd gekerft lijken. Het sterkst heb ik dat met Penny Lane en Strawberry Fields Forever, maar liedjes als Hello Goodbye en Get Back blijven niet ver achter.

Het resultaat is dat ik eigenlijk niet zoveel naar de Beatles luister, soms even tussendoor, maar inmiddels weet ik waar de staande bas opduikt in Penny Lane en waar de twee versies van Strawberry Fields aan elkaar zijn geplakt door George Martin. En waar John "Fucking Hell!" roept in Hey Jude..
Een manier om daar vanaf te komen zijn de talloze Youtube-filmpjes waarin Beatles-enthousiastelingen zelf de instrument oppakken om wat op tracks mee te spelen. Ineens hoor je in opgefriste kwaliteit gitaar- en baslijnen die in de overbezette mix (vaak nog in mono ook) wat verborgen bleven.
Het moet dan wel goed gebeuren natuurlijk!
Met een Hofner-bas Pauls baslijn op "Rain" naspelen terwijl het origineel toch echt op een Rickenbacker bas is gespeeld is natuurlijk kolder en gekkigheid!
Vooral Youtuber en Beatles-enthousiasteling "mjsokes" heeft een aardige collectie instrumentale reconstructies waarin hij in de 'partituren' duikt, met heel leuke resultaten!
Hier zijn versie van het gitaarduet tussen Harrison en Lennon op "And Your Bird Can Sing"

En een heel aardige re-instrumentatie van "Drive My Car", met 20% meer koeiebel (altijd goed!)

woensdag 7 december 2011

Waarom ik me vanochtend druk maakte...

Soms is het beter om 's ochtends géén nieuws te lezen...om vóór half acht al met verhoogde hartslag en kloppend hoofd (maar dat was de grieperigheid...) de dag te starten
Toch valt de isoleercel nooit helemaal uit te bannen, stelt [Marleen] Barth, [voorzitter van GGZ Nederland]. 'Sommige patiënten zijn zo agressief dat ze elke dag verpleegkundigen in elkaar slaan. Voor hun blijft het nodig. Ook draaien patiënten tijdens een crisis soms zo door dat het voor hen beter is apart te worden gezet.'
Dus niet één verpleegkundige een klap geven, of in elkaar slaan, maar meerdere collega's mininaal twee dagen achter elkaar in elkaar meppen. Dan mag je pas ingrijpen. Tenminste zo klinkt het...
Ik vermoed (en hoop) dan mevrouw Barth het niet zo bedoeld, maar ongelukkig klinkt het wel.

Er is momenteel veel aan de hand in GGZ-Nederland qua bezuinigingen.
De GGZ als werkgever wordt steeds wat onaantrekkelijker en er zijn veel te weinig nieuw afgestudeerde psychiatrisch verpleegkundigen.
En in nieuwsberichten als deze lees je dan ook nog dat jij, als je pecht hebt, blootstaat aan mensen die je dagelijks in elkaar slaan. Gisteren ook al en misschien morgen ook.
Ik breek geen lans voor het meer gebruiken van isoleercellen waar het niet nodig is, maar het lijkt me goed om even op te komen voor mijn vakbroeders en -zusters die sowieso geregeld worden geconfronteerd met fysiek en verbaal geweld. En dat tegen een behoorlijk karig loon en met een lage bezetting.

Link naar het hele artikel

zondag 27 november 2011

De eenzame klasse van Kate Bush

Er zijn niet veel "originele" artiesten die én hun eigen gang gaan én 'in de markt' blijven. Peter Gabriel was een tijdlang zo'n artiest van wie je rijkhalzend uitkeek naar de nieuwe plaat, net als Prince en Talk Talk. Artiesten die op hun eigen voorwaarden platen maken en hun eigen verhalen vertellen.

Kate Bush is in dezer tijden de meest consistente artiest wat dat betreft. Kwalitatief gesproken dan; ze is na haar album "The Red Shoes" eerst nog 'ns 12 jaar van de radar verdwenen.
Typerend voor deze tijden waren er meteen geruchten over haar 'kluizenaarschap'. De redenen waren veel 'aardser'; ze wilde haar zoon Albert ('Bertie') op zien groeien en er kwam gewoon een tijd geen nieuw materiaal.
Haar beste album tot dan toe was "Hounds of Love", een groots geluid (vooral van de hitsingles 'Cloudbusting' en 'Running Up That Hill').
Mijn favoriete track is het spookachtige en onheilspellende 'Watching You Without Me'.


Het album Aerial uit 2005 werd bijna schouderophalend ontvangen; mooie orkestraties en prachtige zang, maar geen 'hitsingles' (voor wat dat waard is) en eerlijkgezegd heeft het voor mij een een tijd geduurd voor ik het album echt 'te pakken' kreeg of eigenlijk, meer andersom.
Het is één van de 'rijkste' albums die ik ken, van jazzy bas-solootjes, muziek die overgevlogen lijkt uit de Barok-tijd ('Bertie') en flamenco-klanken worden afgewisseld met merels en een achtergrondkoortje die het getal Pi zingen... Een vijf-gangen-menu van een plaat!


En na een het uitbrengen van het herbewerkings-album 'Director's Cut' dit jaar is er bijna onverwacht het winter-album '50 Words For Snow'.
De pijlers zijn vier  trage piano-ballads, de me doen denken aan de mooi opgenomen jazz-platen van het ECM-label. Er is veel ruimte voor stiltes en wat kleine toevoegingen van meesterdrummer Steve Gadd en bas-maestro Danny Thompson.
De single van de plaat is het sfeervolle 'Wild Man'.
Het patroon wordt duidelijk: Kate Bush maakt geen albums voor haar publiek; ze lokt haar publiek haar rijke wereld in, dit keer over 50 woorden voor sneeuw, de Yeti en sex met een sneeuwman...net als andere grote artiesten zijn er geen grenzen over wat deze dame bedenkt!
Er zijn geruchten over een tournee (ze heeft haar eerste en enige tour halverwege afgekapt in 1979) en er schijnen zelfs weer halve plannen te zijn voor een nieuw album!

(PS: ik was vanochtend aan deze blog begonnen en net zag ik dat er een documentaire over Kate Bush voor was met fans van diverse pluimage, leeftijd en achtergrond. Er zijn nogal wat fans die Kate bijna Mystieke talenten toedichten...terwijl ze zelf in interviews overkomt als een behoorlijk down to earth type die wel moet lachen om alle tekstverklaringen van haar songs..)

zaterdag 19 november 2011

Het debuut

Waarin een onbetekenend combo de minst beluisterde plaat aller tijden opneemt

Niet veel mensen kennen "Helltown" nog. De oprichters zélf al haast niet meer.
Hun eerste elpee "Welcome to..." werd regionaal aardig verkocht, maar omdat de regio noord-west-Brabant zeker in de jaren '60 dunbevolkt en armlastig was waren vierhonderd exemplaren het maximaal haalbare. Men was daar meer van gezellige accordeon-muziek en carnavals-stampers. Eigenlijk nog steeds wel.

Driehonderd elpees werden verkocht in de drie platenzaken die Roosendaal rijk was.
Vijftig gingen er naar familie en vrienden en de laatste vijftig werden een jaar later uitgereikt als troostprijs tijdens een voetbaltoernooi van voetbalvereniging de Kogelvangers, die traditioneel met dubbele cijfers wonnen van V.V. Oudemolen. Ook nu weer: 12-2.

"Welcome to..." was (naar horen zeggen) geen slecht album; vier covers van Chuck Berry-songs, twee eigen composities (van Piet Lokers en Bram Moerland) die deden denken aan de Yardbirds, en wat Stones- en Beatles-covers.
Dries Patijn (later bekend als André Moss) blies mee op de alt-sax.
Vlnr. Bram Moerland (bas), Piet Lokers (zang, harmonica,zingt hier een bespreking uit de Muziek Express), Ferry Verhagen (gitaar) en Ben Knepper (drums)

Het is lastig de opname-data op te sporen, waarschijnlijk begonnen de eerste sessies in februari '65 in de "Muziekstudio de Witte" in Roosendaal; gedurende twee dagen werd kant één opgenomen. Het bleef een tijd een raadsel waarom dat per sé zo moest; alle nummers 'op volgorde' op band zetten.

Later werd duidelijk dat nogal bijgelovige drummer Ben Knepper van mening was dat dat de enige manier was om een elpee te maken en was hierin zo overtuigend dat producer Henk de Witte er weinig heil in zag om deze robuuste Brabander tegen te spreken.
Overigens waren het zware sessies voor Ben; gewend geraakt aan een drumstel die voor de helft uit kartonnen dozen bestond had hij de grootste moeite met de fraaie geleende Ludwig-set.
De sessies voor kant twee duurden drie dagen; de band was praktisch al door het repertoire heen en de twee Lokers-Moerland-composities werden tussen de sessies door snel geschreven en geoefend.

De LP is nu onvindbaar. Het verhaal wil dat de vijftig exemplaren die naar V.V. Oudemolen waren gesluisd onverklaarbaar opdoken als achtereenvolgens derde prijs in het zaalvoetbaltoernooi in Klundert in 1968 en als troostprijs in een regionaal damtoernooi een half jaar later.

Gelukkig ging Helltown ook verder, ware het twee jaar, een naamsverandering en personeelswisselingen later. Bram zou een jaar later de mastertapes ritueel verbranden, of dat een artistiek statement was of een kwestie van een verkeerde mix van  Geestverruimende Middelen werd pas jaren later duidelijk.

Piet Lokers later of dit nu legendarische album: "We waren zo rond de twintig in die tijd, dus we dachten bijna nergens echt goed over na. Misschien hadden we wel de hoop op een wereldhit met die eerste plaat, maar eigenlijk kwam die opnamesessie veel te vroeg. Lokers had ineens een bak met geld en we konden ineens de opnamestudio in en hadden zelfs geld over om André Moss méé te laten blazen.
Pas een jaar later waren we echte de band die we moesten zijn, maar dat was een paar honderd optredens later."

Volgende keer; de overgang naar de acid-rock en meer over de 'duistere jaren' van deze band en de lange zoektocht naar een goeie bandnaam tot een pot pindakaas uitkomst biedt!