Pagina's

zondag 29 januari 2012

Nederlandse TV in de jaren '70 (de harde waarheid)

Voordat iedereen denkt dat dit een zoetsappig verhaal gaat worden over die Goeie-Ouwe-Swiebertje en Die-Fijne-Pipo begin ik met de mededeling dat tv in de jaren '70 niks was.
Letterlijk!
Het grootste deel van de dag was er dit beeld.

(Dat tekstje stónd al bij het geuploade plaatje, dus nu weet ik ook dat we indertijd een 'matig antennesysteem' hadden.)

Meestal stond er een radiozender 'onder' maar uur vóór de uitzendig werd er overgeschakeld naar een hypnotiserende pieptoen die dertig seconden nadat het gestopt was nog een tijdje na-gonsde in je hoofd.
Dit typend bedenk ik dat ik blijkbaar geregeld teveel tijd doorbracht bij dit testbeeld, geen idee waaróm eigenlijk.

Daarna kreeg je 'de klok' om de laatste vijf minuten een element van spanning te geven. En je kon je Timex gelijk zetten.
Al speurend op Youtube valt vooral op dat de tv in die jaren TOTAAL NIET OPSCHOOT! Tegenwoordig kunnen we enorm klagen over al die reclameblokken (in de jaren '70 zaten ze alleen 'rondom' het journaal), maar je wordt ter plekke ongedurig van al die sympathieke omroepers, leaders, ledenwerfspotjes, tunes, dienstmededelingen en vóóraankondigingen! 
Ik vermoed dat veel televisiemakers eigenlijk gemankeerde radio-makers waren die meestal hun uitvlucht namen door radio te maken met de spreker in bééld. 
Dus je had 16 uur bovenstaand testbeeld en voor de rest heel veel pratende hoofden (journaal, Dieuwertje, Jaap van Meekeren en afsluiten met Fred Emmer).
Maar even een voorbeeld van hoe dat zo ging:

 
Met een behulpzaam muziekje onder het telefoonnummer van de Rob de Nijs-fanclub, zodat zelfs de meest verwarde kijker weet dat het wel degelijk de bekende zanger Rob de Nijs betreft.
Ik vraag me af wat er met die speciale "Rob de Nijs-expresstrein" is gebeurd,  zelf vind ik het wat overdreven een complete trein te bouwen voor wat optredens in Groningen, maar blijkbaar ging dat toen zo.

Je kreeg wel oog voor de huisstijlen. De Tros zag er altijd wat goedkoop uit, rommelige leaders.  De NCRV mocht de omroeper graag plaatsen naast een takje groen of een bloemetje van iets. Hans van Willigenburg en Diewertje Blok (altijd leuk!) waren van de KRO, Lisette Hordijk en Henk 'snor' Mouwe NCRV-gezichten. Het gaf het leven wat structuur en bij die twee netten was je als snel 'bij' als er ineens een nieuw gezicht verscheen (Hans van der Togt!). 

Dus al die weemoed is nergens voor nodig, het verhaal dat we als kinderen altijd gezellig 's avonds met 'de natte haartjes op de bank' zaten is vooral het collectieve elkaar napraten van veertigplussers. Vooral Mathhijs van Nieuwkerk mag het graag zeggen. Onzin. Niemand douchte zich 's avonds!

Dat er tien miljoen mensen naar AVRO's Wiekent-kwis keken kwam deels omdat er op Nederland Twee een Teleac-cursus Macrameeën gaande was (les 14: een katoenen uiltje). Dan maar gekeken naar Opel-verkoper Fred Oster en de de enorme gein die het hele land had met de cavia die Jos Brink heette!
Maar ook: er bewóóg tenminste wat! Het was veruit de sterkste troef van deze spelshow; de zucht van verlichting die door het land ging toen we eindelijk een wat verdwaasde cavia door de bak zagen stuiven. Hier was tv voor gemaakt!








vrijdag 27 januari 2012

De Beste Gitaristen Ter Wereld; deel 3: Paco de Lucia!

 "Saving the best for last", noemen we dat.

Het begon (zoals zoveel dingen) begin jaren '80 toen de AVRO een concert uitzond van "The Super Guitar Trio"; jazzjongens John McLaughlin en Larry Coryell en Spanjaard Pur Sang Paco de Lucia.
Om jullie een plezier te doen voeg ik geen video toe. De meeste mensen worden er erg zenuwachtig van; het is de muziekversie van een mierenhoop.

Pas in laatste instantie kwam ik uit bij de minst 'bekende' van de drie; de stugge Spanjaard Paco de Lucia. Speelt vanaf z'n vierde gitaar, volledig ondergedompeld in de Flamenco-cultuur van Algeciras in de zuidpunt van Andalusië.

Paco's solo-spot tijdens Super Guitar-trio-optreden in San Fransisco 1980: de Grote Onbekende van de drie speelt zaal plat.

Juist die Flamenco-achtergrond maakt zijn muziek en spel zo bijzonder; de muziek en cultuur is volks en tegelijkertijd razend ingewikkeld. Feestelijk en uitbundig, soms juist in-triest maar tegelijkertijd geconcentreerd en moeilijk te doorgronden. Toonsoorten komen uit Afrika, India en de Balkan, ritmes uit Noord-Afrika. Niet eens per sé 'mooi': net als de schilderijen van Goya of Picasso staat het op zich.

Voor gitaristen was de 'vorm' nogal een molensteen; meestal was het een begeleidingsinstrument voor zangers of in groepen met zangers en dansers.  

In de vroege jaren '70 was De Lucia muzikaal en technisch de flamenco-solo-gitaar aan het perfectioneren, naast zijn werk als begeleider van de legendarische zanger Camarón. Eind jaren '70 kwam de omslag; na een gastoptreden op een elpee van jazzgitarist Al di Meola werden de deuren opengezet naar andere invloeden en stijlen. Minder 'vorm', meer improvisatie. 

Midden jaren '80 formeerde Paco de Lucia zijn eerste sextet. Hun concert in Den Haag was een regelrechte sensatie voor (jarenlange) concertgezel Roel en ik. Het begon al goed toen het 'vrije plaatskeuze' bleek de zijn en in onze jeugdige overmoed zaten we tien seconden na het openen van de zaaldeuren pal vooraan. Het eerste halfuur van het concert was vooral verbijsterend mooi
De Lucia van een paar meter afstand alleen aan het werk zien is een belevenis op zich; dat muziek net zoveel of weinig kan zijn als een simpele gitaar en een enorm talent die er een wereld uit kan toveren.
Het tweede deel van het concert was vooral spectaculair! We hadden niet verwacht dat er ineens een volledig jazz-/flamencogroep op het podium zou komen.
 Het was het begin van de flamencos nuevos, met Paco de Lucia als één van de stamvaders en ontdekker van nieuw talent zoals (in de clip hierboven) bassist Carlos Benavent en fluitist Jorge Pardo.

Het is apart om al zo'n dertig jaar zo'n artiest te 'volgen' en het is goed om te zien dat De Lucia (na wat verguisd te zijn in de jaren '80) in Spanje inmiddels is gelauwerd en geëerd als instituut. Hij doet het qua nieuwe albums nogal rustig aan, maar hij toert weer en blijft hij eenzame klasse met zijn nieuwe groep!

(Voor niet Spaanssprekenden; je kan rechtsonder klikken voor een beeldvullende weergave, anders valt de ondertiteling niet te lezen)

zaterdag 21 januari 2012

Opera's met revolvers, sigaren en waanzin.


Toen ik een jaar of twaalf was zag ik voor het eerst For A Few Dollars More.
Een raar, onevenwichtig verhaal; het ene moment actie, dan weer ineens dramatisch, dan weer ineens grappig. Niet zo gek als je het niet kan volgen als je 12 bent. Wat me wel bijstaat waren het geluid van de revolverschoten....die klonken veel gekker dan in andere Westerns.
En je moest zelf maar uitzoeken wie nou precies de slechterik was. De 'held' had niet eens de moeite genomen zich in het wit te steken! Maar ik had te vaak Roy Rogers gekeken, vermoedelijk.

Maar, net als in alle films van Sergio Leone zijn een paar scenes lang blijven plakken.
Een paar vaste gegevens in de Leone-westerns zijn:
  1. Natuurlijk de weergaloze close-ups van zweterige, zondoorstoofde koppen.
  2. De muziek van Ennio Morricone is bijna een personage op zich; in "For a Few Dollars More" (zie boven) hebben we de musical pocket watch, in "Once Upon A Time In The West" de harmonica.
  3. Sam Peckinpah stond erom bekend, maar de meeste Leone-westerns zijn hier en daar ook heftig en gewelddadig. Vrouwen, kinderen en onschuldige boertjes waren niet veilig!
  4. Alles duurt lang en heeft z'n eigen tempo. 
  5. Het prachtige landschap. En bleek achteraf niks Amerikaans aan; de meeste Leone-westerns zijn gefilmd in de Tabernas-woestijn bij Almeria in Spanje...
Ter illustratie van punt 4: de opening-scene van "Once Upon A Time In The West" is het hoogtepunt: het gegeven is simpel: drie mannen wachten iemand op die met de trein arriveert. Leone smeert dit rustig uit tot een minuut of 11, met enorm aanwezige geluiden als de piepende molen, de kanarie, de vlieg, de arriverende trein.... En weer de close-ups van die transpirerende hoofden!
Daar gaan we dan:
De schurken waren bijna zonder uitzondering waanzinnig (of op weg ernaar toe), maar ook de 'helden' waren corrupt en trokken liever hun revolver dan een lange preek over ''schuld en boete''.
Deels ook misschien omdat Leone de Engelse taal nauwelijks machtig was (en Eastwood sprak geen Italiaans, bijvoorbeeld, en de helft van de figuranten was Spaans...) krijg je meer de nadruk op beeldtaal en actie en minder op  monologen.
De one-liners zijn vaak van de hand van de acteurs zélf!
Mijn absolute favoriet van alle rollen was natuurlijk Clint Eastwood als de "Man With No Name"! In feite speelt hij dezelfde rol in zijn drie Leone-westerns.
 
Het genre beleefde z'n hoogtepunt in de jaren '60 en vroege jaren '70. Daarna ging het meer de komische kant op en werd het genre steeds meer een opsomming van clichés. Eastwood ging nog een tijdje door met zijn "Naamloze Wreker" en verfijnde z'n stijl tot het fraaie "Unforgiven".
En de Leone stijl wordt met de regelmaat van de klok aangehaald; of het nou in het serieus bedoelde "Book of Eli" is of in het absurde "Inglourious Bastards" van Tarantino...ineens hoor je bijna de muziek van Ennio Morricone op de achtergrond!

zaterdag 14 januari 2012

Pugwash!


Dankzij een muziekforum kwam ik terecht bij een gelegenheidsformatie die een conceptalbum ging maken over cricket. Ik heb weinig met conceptalbums en nog minder met cricket, maar juist die combinatie maakte me nieuwsgierig. En terecht! De groep heet The Duckworth Lewis Method en het gelijknamige album was een mooie verzameling melodieuze, ouderwets opgebouwde songs.
 
 Zoals al voor de verschrikte luisteraar te horen valt: weinig Post-Punk of Americana-invloeden, maar des te meer ELO! 
De ene helft van The Duckworth Lewis Method is Neil Hannon, ook wel bekend als The Divine Comedy, de andere helft is Thomas Walsh, voorman van de Ierse formatie Pugwash en juist bij hem komt de fascinatie over alles ELO, Jeff Lynne (en The Idle Race, Beatles en XTC) vandaan!
Pugwash bestaat al een tijd (sinds 1999 om precies te zijn) en levert geregeld albums af die binnen Ierland hoog aangeschreven worden en daarbuiten ook gelukkig steeds wat meer bekendheid krijgen.
Ze zullen in een afgekaderd en #TVOH-minded landje als deze nooit 'groot' worden, maar zolang ze muziek maken blijf ik fan! 

Het speciale van Pugwash is hun fraaie harmoniewerk in combinatie met instrumentatie uit de jaren '60 en '70: strijkers, oude synths en Mellotrons!  Geregeld denk ik bij een track dat het een liedje moet zijn die minstens veertig jaar oud is en opnieuw gecoverd, maar nee...
Zoals deze:

 
Een andere invloed is Brian Wilson: hier is het te horen in de baslijn en de harmonieën:  

 En de afgelopen jaren zijn er veel puike musici in de studio opgedoken om een handje te helpen: XTC-voorman Andy Partridge schreef een paar deuntjes mee en Michael Penn deed wat gitaarwerk. Verder is Neil Hannon geregeld achter de toetsen te vinden.
Nog één deuntje om het af te leren! Dolle pret op het strand!


 Discografie:




zondag 8 januari 2012

S.V. Kindervreugd. De raarste speeltuin ooit.



Dankzij Facebook dook bovenstaande overzichtsfoto op. 
Het bestaat niet meer en misschien is dat maar goed ook: de serieuze speeltuin.

Ik heb het dan niet over een wipkip omzoomd met rubber tegels of een schommel van anderhalve meter hoog, maar ik bedoel het echte werk!

Vanaf m'n vierde hoefde ik de straat maar over te steken vanuit Prinses Christinastraat 31 en bevond me in een wonderbaarlijke collectie bouwsels. Het was alsof een verwarde metaalbewerker teveel vrije tijd had gehad; twee glijbanen, waarvan de hoogste ruim vijf meter hoog was, drie klimrekken van het type 'stormbaan', drie draaimolens, drie formaten schommels en gesorteerd ijzerwerk.

Op de foto boven links zie je een mast die oogt als een ooievaarsnest. Het was een soort draaimolen met twee lussen eraan. Daarin kon je plaatsnemen en in theorie bij wat vaart had je even het zweefmolen-gevoel.  In de praktijk botste je vooral vaak met de mast.

En de zandbak. Had tevens de functie van wijk-kattenbak. Altijd eerst even met je zeefje aan de gang voordat je een kasteel kon bouwen.

Alles was gekleurd in allerlei tinten rood en groen. Of net welke kleur verf iemand ergens over had. Eén en ander werd beheerd en bekostigd door de Speeltuinvereniging "Kindervreugd".

Wat nu ook niet meer gebeurt is dat er op vrije dagen zo'n zestig kinderen zonder Ouderlijk Toezicht zich kostelijk vermaakten.
En zo wordt het vanzelf spannend!
Neem nou bovenstaand toestel. Met z'n drieën kon je al steppend in het stoeltje een sukkelgangetje ontwikkelen van het soort 'mild amusant'.


Zet vier opgeschoten knapen in de middenvakken die op volle sprint duwen en het wordt een enerverende beleving! Je werd als passagier hard tegen de buitenste rand geduwd en door de G-krachten gebeurden er allerlei dingen met de twee Ligakoeken die je net op had.
Ik heb één keer tijdens zo'n rit een jongetje horizontaal aan de buitenkant zien hangen.
De glijbaan 'Commando'.  Route 1 was voor ukkies en watjes, route 2 leverde meer bewondering op (en botsingen). Route 3 was voor de Echte Kerels

Eigenlijk gold dit voor alle toestellen; schommels werden gebruikt als lanceerplatform om zo ver mogelijk te springen. De wippen werden meestal bevolkt door zeven kinderen meer dan waarvoor ze ontworpen zijn en ook deze werden ingezet om eens te kijken of een klein ukkie goed te lanceren was als je met twee personen op het bankje ertegenover sprong
Dat werkte vooral fantastisch toen de metaalbewerker een set schommels afleverde met ijzeren stangen in plaats van touw.
Schommel 'Python'



Je kon dus vooral veel hóger dan je ooit zou kunnen met zo'n saaie touwen schommel!
Je vraagt je misschien af of er veel ongelukken gebeurden, maar dat viel mee Johan Tielemans brak z'n been toen hij van de glijbaan kukelde (route 3) . En natuurlijk de bekende blauwe plekken en schaafwonden. Volgens mij heb ik van mijn zesde tot m'n twaalfde constant met korsten op knieën en ellebogen geleefd.

Later halveerde de speeltuin in grootte toen er wat bejaardenwoningen kwamen, en we waren nog een tijdje weemoedig over het sneuvelen van de Grote Glijbaan. Maar gelukkig hadden we de rest nog.
Hieronder wat foto's die op de website van De Stem waren gepubliceerd van de legendarische jaarlijkse "Spelletjes In De Speeltuin".

De jaarlijkse 'Speelweek'; hier een beeld uit 1973 bij het onderdeel 'stoepkrijten'. Ik denk dat het de bedoeling was dat je al krijtend zoveel mogelijk van de tekening van je buur uit moest vegen.
Ook weer een "Speelweek"-moment; het hoogspringen in de kattenbak. Doordat er vijftig kinderen deelnamen aan zo'n 12 onderdelen was de belangstelling voor elkaar nihil. Het doel leek vooral te zijn dat de kinderen zich vermaakten. Je won in elk geval een vaantje. En als het meezat een kadobon waar je bij de firma Saarloos een Matchbox-autootje kon aanschaffen. 

Bewijsstuk als het gaat om het bestaan van de stalen schommels. Rechts op de achtergrond zie je de lage glijbaan, waar Johan Tielemans af kukelde met een gebroken been tot gevolg. Af en toe ontbrak er een lat of kwam er een splinter vrij, wat de tocht naar beneden een avontuurlijk element gaf. 


Een plaatje uit 1972 van de afbraak van een deel van de speeltuin en net achter de spelende kinderen is de goot van de GROTE glijbaan te zien die daar een paar jaar heeft gestaan.