Ik had al eens eerder zo'n serie op Hyves, waaruit bleek dat dat niet echt het beste medium is voor meer tekst en uitleg...
Leo Kottke is inmiddels alweer 65. Zijn opkomst viel samen met het verbreden van de Folk- en Countrymuziek aan het van de jaren '60 begin jaren '70 van de vorige eeuw. Z'n eerste platen zijn dan ook met backing band en is hij zingend te horen. Over z'n eigen stem is hij niet enorm lovend: "Like geese farting on a muggy day", is de laconieke omschrijving.
Kottke heeft een laconieke stijl; z'n optredens zitten vol met erg grappige anekdotes over z'n familie en zijn belevenissen in de muziekbusiness. Het is geen gitarist die uitzinnige podiumkunsten vertoont, maar z'n vingers en handen het werk laat doen.
Hij doet me denken aan andere folk- en country-gitaristen als Chet Atkins en Doc Watson; het slag dat elkaar wel een leuke solo gunt en veel meer echt samen speelt dan de jazz-jongens die elkaar proberen op snelheid af te troeven (verderop in de serie; elkaar aftroevende jazz-jongens!).
Eerst maar 'ns een ontspannen deuntje in de kleedkamer van Leo met zijn Voorbeelden. Dit is een clip uit een DVD van Kottke zelf en exemplarisch; hij is hier vooral zijn collega's aan het begeleiden!
Tijd doet iets raars met muziek. Achteraf is het soms eigenlijk helemaal niet zo goed als je dacht net na aanschaf. Ik heb platen in de eerste weken na aanschaf grijsgedraaid en daarna nooit meer. Opvallend vaak met Sting-albums, maar dit terzijde. In 'het groot' is het niet anders. Er waren ooit veel fans van Four Non Blondes, om maar eens wat te noemen. En sommige artiesten waren en zijn enorm goed, maar belanden bij de verkeerde platenmaatschappij die hun werk niet waardeert. En worden dus niet verkocht.
Eind jaren '80 was Talk Talk volledig op een zijspoor geraakt na de artistieke triomf, maar commerciële flop "Spirit of Eden". Geen hitsingles of dansbare beats. Weggebonjourd bij EMI tekenden ze een contract voor twee albums bij Polydor. De eerste werd "Laughing Stock", alweer een prachtig album, maar ook deze belandde in eerste instantie in de 'te verwaarlozen' catagorie. Net als "Spirit of Eden" was de muziek nauwelijks in een hokje te plaatsen, het geluid op Laughing Stock is wat ruwer en donkerder; er is meer 'rock' aanwezig.
Het tweede album voor Polydor werd een soloproject van Mark Hollis. Inmiddels was de link met rock of pop helemaal weg; Hollis nam de kans om zowel in de arrangementen als in het instrumentarium iets te bedenken dat het midden hield tussen ballades en kamermuziek. Deels was er de kern van gitaren (Dominic Miller, Robbie McIntosh), bas (Chris Laurence), drums (Mark Ditcham) en toetsen (Lawrence Pendrous), maar ook een volledige houtblazerssectie met klarinet, fluit, Engelse hoorn en twee fagotten. En de bekende naam van de geniale harmonicaspeler Mark Feltham dook weer op. Het bijzondere van dit album is het directe geluid ervan; er werden twee microfoons neergezet en de instrumenten werden 'in de ruimte' opgenomen; de drums wat naar achteren, spelers schoven soms van links naar rechts. In de openingstrack "The Colour of Spring" wordt meteen de toon gezet...de eerste twintig seconden is het stil, zoals stilte al een grote rol speelde op de laatse Talk Talk-albums...
Forget our fate
The pedlar sings
Set up to sell my soul
I've lived a life for wealth to bring
And yet I'll gaze
The colour of spring
Immerse in that one moment
Left in love with everything
Soar the bridges
That I burnt before
One song among us all
Een plaat als "Spirit of Eden" klinkt alsof het in een kathedraal is opgenomen, deze plaat klinkt bijna alsof de musici bij je in de huiskamer plaatsnemen. De thema's zijn donker zo gaat A Life (1895-1915) over de jonge dichter Roland Leighton die omkomt in de Eerste Wereldoorlog. Sommige songs hangen zo los aan elkaar dat de samenhang af en toe bijna wegvalt.
Na het uitbrengen van dit album en na wat hand- en spandiensten voor anderen is Mark Hollis gestopt met het maken van muziek. Als je de twee laatste albums van Talk Talk en zijn solo-album kent is het een triest, maar bijna logisch vervolg. Vermoedelijk was het de combinatie van slechte ervaringen met 'de industrie' en het feit dat Mark Hollis zijn verhaal heeft verteld.
Zijn laatste 'publieke' actie was het in ontvangst nemen van een prijs voor "It's My Life" in 2004...
Een beetje een ongemakkelijke foto; ik krijg de indruk dat Mark net uit z'n Vauxhall Astra is gestapt, snel op verzoek even poseert en na het uitwisselen van wat beleefdheden na vier minuten alweer op weg naar huis is....
Het eigenaardige is dat de 'roep' om een come-back te maken steeds luider wordt.
Getuige bijvoorbeeld dit artikel op de Guardian-blog.
Volgend jaar verschijnt er een tribute-album en de invloed van Talk Talk/Mark Hollis blijft aanwezig.
Ik zelf denk dat de kans op terugkeer klein is; de muziekindustrie is nog net zo cynisch als vijftien jaar geleden en de verwachtingen zijn waarschijnlijk te hoog gespannen!
Dus voorlopig maar blijven genieten van die paar prachtige albums en dit fraaie, bijna vergeten, meesterwerk!
Ik ben pas later in mijn platenkoop-loopbaan de klassiekers gaan waarderen. En zelfs in deze categorie is het enorm zoeken en grasduinen. In de loop van de tijd zijn er wel wat soorten afgevallen...
1. Opera en Operette. Ik heb moeite met de zang. Ik kan wel horen dat er mooie melodieën worden gezongen (Mozart!), maar voor mij is het een soort vocale calligrafie waarin de vorm mij afleidt van de inhoud. Ik heb bewondering voor de prestaties van de sopranen, alten, tenoren en baritons, maar ik hoor liever een Aretha Franklin. Overigens heeft zij een keer de krachttoer geleverd door Nessun Dorma te zingen in Pavarotti's toonsoort toen laatstgenoemde zich ziek had gemeld...
2.Al te gladgestreken uitvoeringen. Vooral in de jaren '70 en '80 leek "Klassiek" vooral in het teken te staan van 'perfectie'. Voorbeeld daarvan is Von Karajan; vooral zijn albums klinken (vind ik) wat vlak, juist doordat het een briljant orkest is en Herbert zelf een zoekende was naar het perfecte geluid.
3. Al te romantisch werk. Mooifluiterij. Da's Glenn Gould's schuld! Al vrij vroeg in m'n 'klassieke' zoektocht stuitte ik op zijn versie Bach's Goldberg-variaties en was meteen (en ben nog steeds) dol op de heldere, directe toon van zijn spel. Later kwam ik erachter dat vooral zijn intepretaties van Mozart en Beethoven omstreden waren. Maar ik vind dat hij de melodie meer tot recht laat komen dan de Wibi Soerjadi's op deze wereld. Een goed voorbeeld vind ik het tweede deel van de Pathetique-sonate die geregeld te 'emotievol' wordt gespeeld.
3. De clavecimbel. Normaal gesproken ben ik dol op 'originele instrumenten', maar dit meubelstuk klinkt alsof iemand een bestekbak leeggooit in een openstaande Steinway.
Gelukkig blijft er dan nog heel veel over!
Ik ben vooral dol op kleinere ensembles die niet bang zijn de zaak wat ongepolijster aan te pakken. Het beste voorbeeld is de Italiaanse club Il Giardino Armonico die kamermuziek wat ruiger aan durft te pakken. Dus haalden ze Vivaldi's vier jaargetijden uit de 'koekblikkenromantiek'-hoek en laten ze hier horen dat zijn "Winter" ook echt koud en ijzig kan klinken!
Ik ben een fan van de radio en meestal probeer ik de zwaarte van de huishoudelijke klussen te verlichten door even Radio 1 aan te zetten.
Tussen de middag is er dan zo'n gezellige "stelling"-phone-in. Een deskundige poneert en verdedigt een stelling en iedereen die via een medium (twitter, mail, bellen) contact wil maken kan dat doen.
"Stand.nl" heet dat en ik vermoed dat die naam alleen al twee dagen brainstormen in de Doornse bossen heeft gekost.
Ik hoop niet dat dat 'De Gemiddelde Nederlander' degene is die elke keer weer in verbinding weet te komen met de studio. Zelden hoor ik rabiater rechts-radicalen dan tijdens dit uur. Wilders zit ongetwijfeld aan het toestel gekluisterd; vijf zwatelige opinies later heeft hij weer een halve speech.
Niet zelden worden argumenten kracht bijgezet met fraaie dooddoeners, zoals: "....want ik weet niet of u de oorlog nog heeft meegemaakt, maar...".
Zelfs de meest ingewikkelde materie wordt zo in makkelijke brokken en simpele stellingen verwerkt door de programmamakers en de bellers (volgens mij vaak dezelfde: van die Woedende Zestigers die uit puur venijn hun auto op de vluchtstrook prakken om naar de studio te bellen).
Grappig wordt het als een stelling een ontkenning bevat; ("PGB-bezuiniging levert géén geld op") de gemiddelde beller raakt van de wijs en moet na het gesprek vast even gaan liggen.
Vandaag stelde iemand voor in het kader van de Twin-Towers-herdenking een atoombom op Mekka los te laten. De presentator protesteerde zwakjes.
Toen heb ik zelf maar even die beller uitgescholden, iemand moet het doen.
Mijn voorliefde voor dit vogeltje moet begonnen zijn in Blokzijl, op de stille en wat lome zomeravonden. Je hoort 'm pas als het rustiger wordt en het hoge getjirp en gepiep niet wordt overstemd door auto's of andere herrie.
Het hoort ook bij oude binnensteden; de rommelige bouw maakt het mogelijk om nesten te bouwen onder dakgoten en dus hoor je dit geluid niet in vinexwijken....