Pagina's

maandag 22 augustus 2011

Grote Boodschappen

Zo'n beetje elke twee weken was het Grote Boodschappen geblazen.
Voor een halfje tarwe of een krop sla konden we de speeltuin oversteken naar de 4=6 (v.h. De Sperwer), maar voor de serieuze voorraden moesten we uitwijken naar Roosendaal.
De reis duurde altijd veel te lang, zoals altijd als je een jaar of tien bent. Na zes uur reizen en zoeken naar een parkeerplaats gingen we eerst naar de Jac. Hermans Prijsslag.
Een kalere en ongezelliger supermarkt heeft nooit bestaan. Vloertegels van het type: gemarmerd grijs.
Vijf meter hoge rekken met meestal nogal saaie huishoudelijke benodigheden. Ik kan achteraf totaal niet bedenken waar de kar mee werd volgestouwd; meestal liters koffiemelk en pakken koffie, rollen King voor in de Kerk maar ik kan me niet voorstellen dat dat alles was.
Bij wijze van uitspatting werden er af en toe Koetjesrepen gekocht, maar die hadden door hun lage cacao-gehalte alleen effect als je er drie tegelijk in je mond stak.
Zo'n pak van vijf was er dus snel doorheen.
Het vervoermiddel in kwestie; gefotografeerd ter gelegenheid van het winnen van 100 liter benzine!


Terwijl vader afrekende en moeder alvast dozen uitzocht zeulden Bert en ik (Vooral ik, Bert liep er in die tijd de kantjes vanaf) de loeizware boodschappenkar in de globale richting van de auto. Als een klein wonder verdween de inhoud ervan netjes geordend (koffiemelk rechts, koffie links) in de kofferbak van de Golf.

Daarna begon de echte bezoeking. Als we pech hadden wilde Moe gaan winkelen voor kleding, meestal in de meest desolate winkel van allemaal: de C en A.
Die Palomino-paard was best grappig voor een kwartiertje, maar aangezien we minstens drie uur tussen de kledingrekken moesten doorbrengen meer een druppel op de gloeiende plaat.
Klein lichtpunt was het plotselinge verschijnen van een softijs-automaat naast de roltrappen. Voor twee kwartjes zette je het gevaarte in werking en voor je ogen werd een flinke kluit softijs in een koeken bekertje gemikt. Tegen de tijd dat Bert en ik waren uitgeruzied, de kou-hoofdpijn weggetrokken en de handjes aan de kleding (niet die aan de rekken, maar onze eigen outfits) kon Moe minstens twee jurken passen.

Als we dit hadden overleefd waren er soms uitstapjes naar de Vroom en Dreesman en de Hema voor (vooral) een halve warme worst. Hoe ik die als tienjarige ooit opkreeg is me nog steeds een raadsel...

Aan het eind van de middag deden we de afhaalchinees aan. We zaten met een stuk of vijf andere klanten in een enorme zaal te wachten op een bankje tegen de muur. Achteraf bedenk ik dat die ruimte vast is gebruikt als oefenruimte voor het olympisch tafeltennistoernooi; een hoog plafond, niks aan de muren en dieprood velours tapijt. Af en toe werd de stilte doorbroken door het openen en sluiten van het luikje aan het eind van de zaal.
Op die manier werden bestellingen ontvangen en pakketten met (in ons geval) absurde hoeveelheden nasi naar de verschrikte klant geschoven.

Zo eindigde de Grote Boodschappendag meestal...nasi met sinas en later de WieKentQuiz op de buis!
En de gedachten gingen alvast uit naar een stel Koetjesrepen tegen de nahonger...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten