Pagina's

zondag 18 september 2016

School (deel 1)


Ik woonde tweehonderd meter van de Protestants Christelijke basisschool de Ruigenhil vandaan en presteerde het toch minstens een kwartier te vroeg rond te hangen bij het bouwsel van dukdalven naast het toegangshek. 
Ik was eerst nog een half jaar naar de oude "School Met Den Bijbel" aan de Stadsedijk, maar het nieuwe schoolgebouw zat al in de planning; een typisch jaren '70-gebouw met veel gele baksteen, sloffenzakken in de gang en een meester of juf met een scheidsrechtersfluit op het schoolplein. Bij het fluitsignaal netjes in rijen, twee aan twee, vaste volgorde en geen gepraat meer. 

Op school hing altijd een vreemde, autoritaire sfeer. Natuurlijk was er de het vrolijke gedoe op het plein en het enthousiasme wanneer de lessen leuk waren, maar er leek af en toe een schaduwzijde te zijn. 
De pijnigingen (plukje haar tussen haar vingers en dan een venijnig snokje naar boven) en het sarcasme van de juf van de eerste klas en de scherpe bazigheid van Meester 'Zure Zult' V. bepaalden voor mij de sfeer nogal. 
Een meisje dat (misschien in een combinatie van verstrooidheid en onoplettende ouders) per ongeluk op school verscheen in haar pyjama werd door de juf meegetroond naar het Hoofd Der School (Zult zelf) en daar ten overstaan van de zesde klas als rariteit tentoongesteld. Ondanks het vrome gezamenlijke gebed in de hal op maandag en de stichtelijke bijbelverhalen leek het erop alsof bij sommige leraren de wreedheid aanwezig bleef. 

Groot lichtpunt was de derde klas, waar ik verliefd werd op juf Van Den B. en ineens enorm goede cijfers haalde na de gemiddelde prestaties in de twee vorige jaren.  Ik vond haar prachtig ze speelde ook nog eens gitaar; een verademing na de belerende klank van de blokfluit.
Begin jaren '70; overgooiers en rechte ponies.
In de interne bibliotheek waren vooral de Grote Protestants-Christelijke Helden vertegenwoordigd; vooral de moraalstudies van W.G. Van Der Hulst en de stoerder verhalen van K. Norel qua leesvoer ruim beschikbaar. Meester Kooiman van de vijfde klas las voor uit "Hotse Hiddes"; men was enorm trots op de tijd waarin de Gereformeerde Geuzen en opnamen tegen het Spaans-Roomse bolwerk! Voor de meiden was er het populaire "Rozemarijntje", geloof ik. 
Vanaf de vijfde klas begon ik overigens alles wat met het andere geslacht te maken had te zien als iets buitenaards, vreemds en mogelijk gevaarlijks, dus ik hield me er verre van en specialiseerde me verder in stille liefdes. 
Vijfde klas; het jaar van Hotse Hiddes.

In de zesde klas verdwenen de laatste 'kinderspel'-momenten; hier en daar braken er halve verkeringen uit en er werd voorgesorteerd op de grote enge vervolg-scholen in steden ver weg (Fijnaart, Roosendaal). Om ons eraan te wennen werden we (geheel in stijl met de sfeer) als klas opgedeeld in drie 'subgroepen': de LTS/huishoudschool-club, de MAVO-fractie (ik zat daarin) en voorin het puikje en de elite: de aanstaande HAVO-ers! Ik vermoed een vondst van meneer Zult zelf. 
Ondanks die sfeer vond ik de laatste vakantie tussen de Ruigenhil en de MAVO een lastige; ineens was er iets met boeken kaften, geo-driehoeken, agenda's en de aanschaf van de varkensleren tas.

Het klopt geschiedkundig niet helemaal (eigenlijk is dit nummer uitgekomen ruim een jaar na het afzwaaien uit de Ruigenhil), maar de sfeer van dit nummer sluit naadloos aan bij het wat verweesde gevoel tussen De Oude School op loopafstand en de nieuwe school in dat vreemde Fijnaart.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten